Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

3699 слов · страница 82 из 148

  • ontwikkelenA1

    ontwikkelde · hebben ontwikkeld

    разрабатывать, развивать (что-то)

    Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.


    zich ontwikkelenвозвратный

    развиваться

    Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.

  • de ontwikkelingA1

    развитие

    Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.

  • ontzettendB1

    ужасно, чрезвычайно

    Ik vond de film ontzettend spannend.

  • onvoldoendeB1

    недостаточный; неуд

    Hij had een onvoldoende voor de toets wiskunde.

  • onzichtbaarB1

    невидимый

    Veel ziektes zijn voor anderen onzichtbaar.

  • de onzinA2

    чепуха, ерунда

    Wat hij zegt, is complete onzin.

  • het oogA1

    глаз

    Er zit iets in mijn oog.

  • de oogartsA2

    офтальмолог

    De huisarts stuurde mij naar de oogarts.

  • de oogstB1

    урожай

    De oogst viel dit jaar tegen.

  • ooitA2

    когда-нибудь; когда-то

    Ben jij ooit in Amsterdam geweest?

  • ookA1

    тоже, также

    Ik kom ook mee.

  • de oomA1

    дядя

    Mijn oom woont in Duitsland.

  • het oorA1

    ухо

    Mijn oor doet pijn.

  • het oordeelB1

    суждение, мнение

    Wat is jouw oordeel over het nieuwe plan?

  • oordelenB1

    oordeelde · hebben geoordeeld

    судить, оценивать

    Je moet niet te snel over mensen oordelen.

  • de oorlogA2

    война

    Mijn grootvader heeft de oorlog als kind meegemaakt.

  • de oorpijnA2

    боль в ухе

    Het kind heeft oorpijn.

  • de oorsprongB1

    происхождение, начало

    De oorsprong van dit feest ligt in de middeleeuwen.

  • oorspronkelijkB1

    изначальный; изначально

    Oorspronkelijk komt deze familie uit Indonesië.

  • de oorzaakB1

    причина (чего-то)

    De politie onderzoekt de oorzaak van de brand.

  • oostelijkB1

    восточный (географ.)

    In het oostelijke deel van het land is het heuvelachtig.

  • het oostenA2

    восток

    De zon komt op in het oosten.

  • opA1

    на

    Zet de kopjes op de tafel.

  • de opaA1

    дедушка

    Mijn opa vertelt graag verhalen.

  • opbellenA2отделяемый

    belde op · hebben opgebeld

    звонить (по телефону)

    Ik bel je morgen op.