Словарь
3699 слов · страница 80 из 148
het onderhoudA2
обслуживание, уход
Het onderhoud van de tuin kost tijd.
onderhoudenB1неправильный
onderhield · onderhielden · hebben onderhouden
обслуживать, поддерживать
De huurbaas moet de cv-ketel goed onderhouden.
onderlingB1
взаимный; между собой
De collega's lossen problemen het liefst onderling op.
ondernemenB1неправильный
ondernam · ondernamen · hebben ondernomen
предпринимать
We moeten snel actie ondernemen tegen het probleem.
de ondernemerA2
предприниматель
Als ondernemer draag je zelf het risico.
het onderscheidB1
различие
De wet maakt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen.
onderstaandB1
нижеследующий, приведённый ниже
Vul onderstaand formulier in en stuur het naar ons terug.
ondersteunenB1
ondersteunde · hebben ondersteund
поддерживать, помогать
De coach ondersteunt nieuwe medewerkers in hun eerste weken.
de ondersteuningB1
поддержка, содействие
De gemeente biedt ondersteuning bij het zoeken naar werk.
ondertekenenA2
ondertekende · hebben ondertekend
подписывать
Onderteken het contract onderaan.
ondertussenB1
тем временем
Ik kook, en jij dekt ondertussen de tafel.
onderwegA2
в пути, по дороге
Ik ben al onderweg, over tien minuten ben ik er.
het onderwerpA2
тема
Dat is een moeilijk onderwerp.
het onderwijsA2
образование (система), обучение
In Nederland is het onderwijs voor kinderen gratis.
het onderzoekA1
обследование, исследование
Het onderzoek liet niets bijzonders zien.
onderzoekenA2неправильный
onderzocht · onderzochten · hebben onderzocht
расследовать
Journalisten onderzoeken de zaak nog.
обследовать (пациента)
De huisarts onderzoekt haar knie.
onduidelijkB1
неясный
De uitleg in de brief was erg onduidelijk.
ongeachtB1
независимо от
Iedereen kan meedoen, ongeacht leeftijd of afkomst.
ongeduldigA2
нетерпеливый
Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.
ongelooflijkB1
невероятный
Het was ongelooflijk druk in de stad vandaag.
het ongelukA2
несчастный случай
Het ongeluk gebeurde op de trap.
ongelukkigB1
несчастный; неудачный
Hij voelde zich ongelukkig in zijn oude baan.
ongemakkelijkB1
неловкий, неудобный
Ik voelde me ongemakkelijk tijdens het gesprek.
ongerustA2
встревоженный
Ik was ongerust toen je niet belde.
het ongevalB1
несчастный случай, авария
Bij het ongeval op de A2 raakte niemand gewond.

