Словарь
306 слов · страница 8 из 13
normaalA2
нормальный, обычный
Dat is hier heel normaal.
officieelB1
официальный
Voor de aanvraag heb je een officieel document nodig.
onafhankelijkA2
независимый
De rechter oordeelt onafhankelijk.
onbekendB1
неизвестный
Ik kreeg een telefoontje van een onbekend nummer.
ongeduldigA2
нетерпеливый
Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.
ongerustA2
встревоженный
Ik was ongerust toen je niet belde.
onmogelijkA2
невозможный
Het is onmogelijk om alles in één dag te doen.
onrustigA2
беспокойный
Ik sliep onrustig voor het examen.
openA1
открытый
De winkel is nog open.
openbaarA1
публичный, общественный
De vergadering is openbaar.
opgeluchtA2
испытавший облегчение
Ik was opgelucht toen het voorbij was.
opgewektA2
жизнерадостный
Ze is meestal heel opgewekt.
oranjeA1
оранжевый
Het Nederlands elftal speelt in oranje.
origineelB1
оригинальный
Wat een origineel cadeau, waar heb je dat gekocht?
oudA1
старый
Dit is een oud gebouw.
paarsA1
фиолетовый
De bloemen in de tuin zijn paars.
perfectA2
идеальный, безупречный
Je Nederlands is bijna perfect, heel goed gedaan!
persoonlijkB1
личный; лично
Ik wil de directeur graag persoonlijk spreken.
pijnlijkA2
болезненный
De behandeling is niet pijnlijk.
politiekA1
политика; политический
In de politiek gaat het vaak om compromissen.
populairB1
популярный
Fietsen is in Nederland erg populair.
positiefB1
позитивный, положительный
Probeer positief te blijven, ook als het moeilijk is.
prachtigA2
прекрасный
Vanaf de dijk heb je een prachtig uitzicht.
prettigA2
приятный
Ik vind het prettig om in de ochtend te sporten.
primaA2
отлично, хорошо
Dat is prima, we spreken morgen om tien uur af.

