Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

3699 слов · страница 77 из 148

  • netjesA1

    аккуратный, опрятный

    Je kamer ziet er netjes uit.

  • het netwerkA2

    сеть

    Het netwerk lag er een halve dag uit.

  • de neusA1

    нос

    Mijn neus is verstopt.

  • de nichtA1

    двоюродная сестра, племянница

    Mijn nicht woont in Rotterdam.

  • niemandA1

    никто

    Er is niemand thuis.

  • de nierA1

    почка

    Hij heeft problemen met zijn nieren.

  • nietA1

    не

    Ik begrijp het niet.

  • nietsA1

    ничего

    Ik heb niets gezegd.

  • nieuwA1

    новый

    Ik heb een nieuwe telefoon.

  • het nieuwsA1

    новости

    Ik volg het nieuws elke ochtend.

  • nieuwsgierigA2

    любопытный

    Ik ben nieuwsgierig naar het resultaat.

  • niksA2

    ничего (разг.)

    Ik heb vandaag nog niks gegeten.

  • het niveauA2

    уровень

    Op welk niveau zit je nu?

  • nochB1

    ни ... ни

    Hij heeft noch tijd noch geld voor vakantie.

  • nodigA1

    нужный

    Ik heb je hulp nodig.

  • noemenA2

    noemde · hebben genoemd

    называть

    Hoe noem je dit ding in het Nederlands?

  • nogA1

    ещё

    Ik ben nog niet klaar.

  • nogalB1

    довольно-таки

    Het was nogal druk in de stad vandaag.

  • nogmaalsA1

    ещё раз

    Nogmaals bedankt voor je hulp.

  • nominerenB1

    nomineerde · hebben genomineerd

    номинировать

    Haar film is genomineerd voor een belangrijke prijs.

  • de noodB1

    нужда, беда

    Bel in geval van nood 112.

  • noodzakelijkB1

    необходимый

    Een operatie is volgens de dokter niet noodzakelijk.

  • nooitA1

    никогда

    Ik drink nooit alcohol.

  • noordelijkB1

    северный

    Groningen ligt in het noordelijke deel van het land.

  • het noordenA2

    север

    Groningen ligt in het noorden van Nederland.