Словарь
7085 слов · страница 74 из 284
fietsenA1
fietste · hebben/zijn gefietst
ездить на велосипеде
Ik fiets elke dag naar school.
de fietsenstallingA2
велопарковка
Zet je fiets in de fietsenstalling.
de fietserA2
велосипедист
Let goed op de fietser als je rechts afslaat.
het fietspadB1
велодорожка
Fiets alsjeblieft op het fietspad.
de fietspompA2
велонасос
Heb je een fietspomp voor me?
de fietsrouteA2
велосипедный маршрут
Deze fietsroute gaat door het bos.
het fietsslotA2
велозамок
Vergeet je fietsslot niet.
de fietsstrookB2
велосипедная полоса
De fietsstrook is te smal.
de fietstochtB2
велосипедная прогулка
De fietstocht is veertig kilometer lang.
de fietstunnelB1
велотоннель
Neem de fietstunnel onder het spoor door.
de fietsveiligheidB1
безопасность велосипедиста
Verlichting is belangrijk voor je fietsveiligheid.
de fietsverhuurA2
прокат велосипедов
Bij het station is een fietsverhuur.
het figuurB1
рисунок, схема; фигура
Kijk naar het figuur op pagina tien van het boek.
figuurlijkB2
в переносном смысле
Dat is figuurlijk bedoeld.
fijnA2
приятный, хороший
Fijn dat je er bent, kom maar binnen!
fijnstofB2
мелкодисперсная пыль
Fijnstof is schadelijk voor de longen.
de fileB1
пробка
Ik stond een uur in de file.
de filiaalmanagerB2
управляющий филиалом
De filiaalmanager beslist over de roosters.
de filmA1
фильм
We kijken vanavond een film.
filmenA2
filmde · hebben gefilmd
снимать (видео)
Hij filmt de verjaardag van zijn dochter.
de filmmakerB2
кинематографист
De filmmaker werkte drie jaar aan de documentaire.
de filmopnameB2
киносъёмка
De filmopnames duurden zes weken.
het filmscriptB2
киносценарий
In het filmscript staat elke zin uitgeschreven.
de filosofieB1
философия
Zij studeert filosofie aan de universiteit.
de filosoofB1
философ
Spinoza was een bekende filosoof uit Amsterdam.

