Словарь
7085 слов · страница 73 из 284
het faillissementB2
банкротство
Na het faillissement verloren dertig mensen hun baan.
falenB1
faalde · hebben gefaald
терпеть неудачу
Het plan faalde door een gebrek aan geld.
de familieA1
семья
Mijn familie komt zondag eten.
het familiebezoekA1
визит родственников
Zondag hebben we familiebezoek.
het familielidA1
член семьи
Er komt een familielid op bezoek.
de fanA2
фанат, поклонник
Mijn zoon is een grote fan van deze voetballer.
fanatiekB1
фанатичный, увлечённый
Mijn buurman is een fanatieke hardloper.
de fantasieB2
фантазия, воображение
Kinderen hebben vaak een grote fantasie.
fantastischA2
фантастический, замечательный
We hebben een fantastische vakantie gehad.
fascinerenB1
fascineerde · hebben gefascineerd
очаровывать, увлекать
Sterren en planeten fascineren mijn zoon.
de faseB1
фаза, этап
Het project zit nu in de laatste fase.
fataalB1
фатальный, роковой
Een kleine fout kan in het verkeer fataal zijn.
fatsoenlijkB1
приличный
Hij wil een fatsoenlijk salaris voor zijn werk.
favorietA2
любимый
Wat is jouw favoriete gerecht uit je eigen land?
februariA1
февраль
In februari is het meestal koud.
het feestA1
праздник, вечеринка
Zaterdag is er een feest.
de feestdagB1
праздничный день
Op feestdagen zijn de winkels dicht.
feestelijkB1
праздничный
De opening van de school was heel feestelijk.
het feitA1
факт
Scheid feiten van meningen.
feitelijkB1
фактический; по сути
De tekst geeft feitelijke informatie over de wet.
felB1
резкий; яркий
Ze reageerde heel fel op zijn opmerking.
de felicitatieB2
поздравление
Mijn felicitaties met je diploma.
feliciterenB1
feliciteerde · hebben gefeliciteerd
поздравлять
Ik wil je feliciteren met je nieuwe baan.
het festivalA2
фестиваль
Elke zomer is er een festival in het park.
de fietsA2
велосипед
In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.

