Словарь
3699 слов · страница 73 из 148
minimaalB1
минимальный; минимум
De reis kost minimaal driehonderd euro.
het minimumloonA2
минимальная зарплата
Hij verdient het minimumloon.
de ministerA1
министр
De minister legde het beleid uit.
het ministerieA2
министерство
Het ministerie van Onderwijs reageerde snel.
minstensA2
минимум, по крайней мере
Je moet minstens een uur voor vertrek op het vliegveld zijn.
de minuutA1
минута
Wacht even, nog één minuut.
misbruikenB1
misbruikte · hebben misbruikt
злоупотреблять
Criminelen misbruiken soms gegevens van ouderen.
de misdaadB1
преступление
De politie doet alles om misdaad in de wijk te voorkomen.
mislukkenB1
mislukte · zijn mislukt
не удаваться
De taart is helaas mislukt, hij is helemaal verbrand.
misschienA1
может быть
Misschien kom ik later.
misselijkA2
тошнит
Ik voel me een beetje misselijk.
missenA1
miste · hebben gemist
пропустить; скучать
Ik heb de bus gemist.
de missieB1
миссия
De missie van onze organisatie is armoede bestrijden.
de mistB1
туман
Door de mist reden de auto's langzaam.
het misverstandB1
недоразумение
Het was gewoon een misverstand.
de mobielA2
мобильный (телефон)
Mag ik even je mobiel gebruiken om te bellen?
de modeB1
мода
Zij werkt in de mode en ontwerpt kleding.
het modelB1
модель
Dit model fiets is licht en niet duur.
modernA2
современный
Ze wonen in een modern huis met grote ramen.
moeA1
усталый
Ik ben vandaag heel moe.
de moedB1
мужество, смелость
Het vraagt veel moed om in een nieuw land te beginnen.
de moederA1
мать
Mijn moeder woont in Utrecht.
moedigA2
смелый
Dat was een moedige beslissing.
moeilijkA1
трудный
Nederlands is soms moeilijk.
de moeiteB1
усилие; трудность
Ik heb moeite met het lezen van lange teksten.

