Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

1756 слов · страница 65 из 71

  • de vriezerA2

    морозильник

    Het brood ligt in de vriezer.

  • vrijA1

    свободный

    Is deze stoel vrij?

  • de vrijdagA1

    пятница

    Vrijdag werk ik thuis.

  • de vrijheidA2

    свобода

    Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.

  • de vrijwilligerA2

    волонтёр

    Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.

  • vroegA1

    рано

    Ik sta elke dag vroeg op.

  • vroegerA2

    раньше

    Vroeger woonde ik in een dorp.

  • vrolijkA2

    весёлый

    Zij is altijd vrolijk op haar werk.

  • de vrouwA1

    женщина

    De vrouw leest een boek.


    жена

    Mijn vrouw werkt bij de gemeente.

  • vullenA2

    vulde · hebben gevuld

    наполнять

    Kun je de fles even met water vullen?

  • het vuurA2

    огонь

    We zaten 's avonds bij het vuur in de tuin.

  • waaienA2

    waaide · hebben gewaaid

    дуть (о ветре)

    Het waait vandaag zo hard dat ik niet ga fietsen.

  • waarA1

    где

    Waar woon je?

  • de waardeA2

    стоимость, ценность

    De waarde van het huis is gestegen.

  • waaromA1

    почему

    Waarom kom je niet?

  • waarschijnlijkA1

    вероятно

    Hij komt waarschijnlijk te laat.

  • wachtenA2

    wachtte · hebben gewacht

    ждать

    Ik wacht al een half uur.

  • de wachtkamerA2

    приёмная

    Neemt u plaats in de wachtkamer.

  • het wachtwoordA2

    пароль

    Ik ben mijn wachtwoord vergeten.

  • wakkerA1

    проснувшийся (wakker worden: просыпаться)

    Ik word elke ochtend om zes uur wakker.

  • wandelenA1

    wandelde · hebben/zijn gewandeld

    гулять

    We gaan zondag wandelen.

  • de wangA1

    щека

    Haar wangen zijn rood van de kou.

  • wanneerA1

    когда

    Wanneer begint de les?

  • wantA1

    ведь, потому что (сочинительный)

    Ik blijf thuis, want ik ben ziek.

  • warmA1

    тёплый, горячий

    De soep is nog warm.