Словарь
4598 слов · страница 65 из 184
het huishoudenB1
домашнее хозяйство
Zij doet het huishouden en werkt drie dagen per week.
de huismeesterB2
управдом, комендант
Meld de storing bij de huismeester.
het huismerkB2
собственная марка магазина
Het huismerk is vaak net zo goed.
de huisregelsA2
правила проживания
Lees de huisregels van het gebouw.
de huisstijlB2
фирменный стиль
Alle brieven volgen de huisstijl.
de huisstofmijtB2
пылевой клещ
Hij is allergisch voor huisstofmijt.
de huisvestingB1
обеспечение жильём
De huisvesting van studenten is een probleem.
het huiswerkB1
домашнее задание
Ik maak mijn huiswerk 's avonds.
de huiswerkbegeleidingB2
помощь с домашними заданиями
De school biedt huiswerkbegeleiding aan.
de hulpA1
помощь
Bedankt voor je hulp.
de hulpdienstB2
экстренная служба
De hulpdiensten waren binnen tien minuten ter plaatse.
het hulpmiddelB1
вспомогательное средство
Een rollator is een handig hulpmiddel.
de hulpverlenerB1
социальный работник
Een hulpverlener begeleidt het gezin.
de hulpverleningB2
оказание помощи
De hulpverlening kwam snel op gang.
het humeurB2
настроение
Hij is vandaag in een slecht humeur.
de humorB1
юмор
Zijn humor is heel droog.
de huurA2
аренда
De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.
de huurautoB2
арендованный автомобиль
Een huurauto is voor één weekend goedkoper.
de huurbetalingB1
оплата аренды
De huurbetaling gaat automatisch van mijn rekening.
het huurcontractA2
договор аренды
Lees het huurcontract goed door.
de huurderA2
арендатор
De huurder moet kleine reparaties zelf doen.
de huurmarktB2
рынок аренды
De vrije huurmarkt is onbetaalbaar geworden.
de huurprijsB1
стоимость аренды
De huurprijs gaat elk jaar omhoog.
de huurtoeslagA2
жилищное пособие
Ik ontvang huurtoeslag van de Belastingdienst.
de huurverhogingA2
повышение аренды
De huurverhoging gaat in juli in.

