Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

4598 слов · страница 64 из 184

  • het hoogwaterB1

    высокая вода, прилив

    Bij hoogwater staan de dijken onder druk.

  • de hooikoortsB2

    поллиноз, сенная лихорадка

    In het voorjaar heeft zij last van hooikoorts.

  • de hoopB1

    надежда

    Er is nog hoop op een goede afloop.


    куча, много

    Ik heb nog een hoop werk te doen voor vrijdag.

  • het hoorcollegeB2

    лекция (поточная)

    Het hoorcollege is voor tweehonderd studenten.

  • de horecaB1

    общепит и гостиничный бизнес

    In de horeca werk je vaak in het weekend.

  • de horecamedewerkerB2

    работник общепита

    Er is een tekort aan horecamedewerkers.

  • het horlogeA1

    наручные часы

    Mijn horloge loopt achter.

  • het hotelA1

    гостиница

    We slapen twee nachten in een hotel in Brugge.

  • de houdbaarheidB2

    срок хранения, годность

    De houdbaarheid staat op de verpakking.

  • de houdbaarheidsdatumA2

    срок годности

    Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.

  • de houdingB1

    отношение, позиция; осанка

    Een positieve houding helpt je bij een sollicitatie.

  • het houtA2

    древесина, дерево (материал)

    De tafel in onze keuken is van hout.

  • de houtkapB2

    вырубка леса

    De houtkap ligt in het broedseizoen stil.

  • de houtproductieB2

    производство древесины

    Een deel van het bos is voor houtproductie.

  • de huidA1

    кожа

    Bescherm je huid tegen de zon.

  • de huidaandoeningB2

    кожное заболевание

    Voor deze huidaandoening bestaat een zalf.

  • het huisA1

    дом

    Ik woon in een klein huis.

  • het huis-aan-huisbladB2

    бесплатная местная газета

    Het huis-aan-huisblad valt gratis op de mat.

  • de huisapotheekA2

    домашняя аптечка

    Zorg voor een goede huisapotheek.

  • de huisartsA2

    терапевт, семейный врач

    Je gaat eerst naar de huisarts.

  • de huisartsenpostA2

    дежурная служба врачей

    's Avonds belt u de huisartsenpost.

  • de huisbaasA2

    арендодатель

    Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.

  • het huisdierB2

    домашнее животное

    In dit gebouw zijn huisdieren niet toegestaan.

  • de huisgenootA1

    сосед по квартире

    Mijn huisgenoot kookt vanavond.

  • het huishoudboekjeB2

    домашняя бухгалтерия

    Zij houdt een huishoudboekje bij.