Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

6551 слов · страница 62 из 263

  • eindelijkA2

    наконец

    Eindelijk is de brief er.

  • eindeloosB2

    бесконечный

    Het wachten bij de dokter leek eindeloos.

  • het eindexamenjaarB2

    выпускной год

    Het eindexamenjaar is intensief.

  • eindigenA2

    eindigde · zijn geëindigd

    заканчиваться

    De film eindigt met een mooie bruiloft.

  • de eindtoetsA2

    итоговый тест

    De eindtoets is in juni.

  • de eisB1

    требование

    Een rijbewijs is een eis voor deze baan.

  • eisenA2

    eiste · hebben geëist

    требовать

    De bond eist een hoger loon.


    de eisen

    требования (мн. ч. от eis)

    De school stelt hoge eisen aan het schrijven.

  • het eiwitB2

    белок

    Peulvruchten zijn rijk aan eiwit.

  • eldersB1

    в другом месте

    Als het hier te duur is, zoeken we elders een huis.

  • elegantB2

    элегантный

    Zij was elegant gekleed.

  • de elektricienB2

    электрик

    Alleen een elektricien mag dit aansluiten.

  • de elektriciteitA2

    электричество

    De elektriciteit is vanochtend uitgevallen.

  • elektrischB1

    электрический

    Steeds meer mensen rijden in een elektrische auto.

  • elektronischB1

    электронный

    U kunt de formulieren ook elektronisch versturen.

  • het elementB1

    элемент

    Water is een belangrijk element in het Nederlandse landschap.

  • elfA1

    одиннадцать

    De winkel sluit om elf uur.

  • de eliteB2

    элита

    Hij verwijt de politieke elite arrogantie.

  • elkA1

    каждый (elk, elke)

    Elk kind krijgt een klein cadeautje van de juf.

  • elkaarA1

    друг друга

    We helpen elkaar.

  • de elleboogA1

    локоть

    Ik heb mijn elleboog gestoten.

  • de ellendeB1

    страдание, беда

    De oorlog bracht veel ellende voor de bevolking.

  • de emancipatieB2

    эмансипация

    De emancipatie van vrouwen is nog niet voltooid.

  • het embargoB2

    эмбарго на публикацию

    Het rapport staat tot maandag onder embargo.

  • de emmerA1

    ведро

    Vul de emmer met water.

  • de emotieB2

    эмоция

    Hij liet zijn emoties nauwelijks zien.