Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

1756 слов · страница 62 из 71

  • vertrekkenA2неправильный

    vertrok · vertrokken · zijn vertrokken

    отправляться

    De trein vertrekt over vijf minuten.

  • de vertrektijdA2

    время отправления

    Wat is de vertrektijd van de trein?

  • vertrouwenA1

    vertrouwde · hebben vertrouwd

    доверять

    Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.


    het vertrouwen

    доверие

    Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.

  • zich vervelenA2возвратный

    verveelde · hebben verveeld

    скучать

    De kinderen vervelen zich in de vakantie.

  • verwachtenA1

    verwachtte · hebben verwacht

    ожидать

    We verwachten hem om zes uur.

  • de verwachtingA2

    ожидание

    De verwachting is dat het morgen regent.

  • de verwarmingA2

    отопление

    Zet de verwarming wat lager.

  • verwijzenA2неправильный

    verwees · verwezen · hebben verwezen

    ссылаться

    De auteur verwijst naar eerder onderzoek.

  • verzamelenA2

    verzamelde · hebben verzameld

    коллекционировать, собирать

    Hij verzamelt oude postzegels.

  • de verzekeringA2

    страховка

    Heb je een verzekering voor je fiets?

  • verzettenA2

    verzette · hebben verzet

    переносить (встречу)

    Kunnen we de afspraak naar vrijdag verzetten?


    zich verzettenвозвратный

    сопротивляться, противиться

    Veel bewoners verzetten zich tegen het plan.

  • zich vestigenA2возвратный

    vestigde · hebben gevestigd

    поселиться, обосноваться

    Veel jonge gezinnen vestigen zich in deze wijk.

  • viaA2

    через (кого-то, что-то)

    Ik heb het nieuws via een vriendin gehoord.

  • de videoA1

    видео

    Ik heb een korte video van het feest gemaakt.

  • vierA1

    четыре

    Wij wonen op nummer vier.

  • vierdeA1

    четвёртый

    Dit is mijn vierde les.

  • vierenA2

    vierde · hebben gevierd

    праздновать

    We vieren zaterdag de verjaardag van onze zoon.

  • vierkantA1

    квадратный

    Het plein is bijna vierkant.

  • viesA1

    грязный

    Je schoenen zijn vies.


    противный, невкусный (о вкусе, запахе)

    Deze medicijnen smaken behoorlijk vies.

  • vijfA1

    пять

    Het kost vijf euro.

  • vijfdeA1

    пятый

    Neem de vijfde straat links.

  • vijftigA1

    пятьдесят

    Ik betaal met een briefje van vijftig.

  • vindenA1неправильный

    vond · vonden · hebben gevonden

    находить; считать

    Ik kan het niet vinden.

  • de vingerA1

    палец

    Ik heb mijn vinger gesneden.

  • het virusA2

    вирус

    Het virus verspreidt zich via de lucht.