Словарь
306 слов · страница 6 из 13
klantgerichtB1
клиентоориентированный
Wij werken klantgericht.
klassiekB1
классический
Mijn vader luistert graag naar klassieke muziek.
kleinA1
маленький
Mijn kamer is klein maar gezellig.
koninklijkB1
королевский
Op Koningsdag bezoekt de koninklijke familie een stad.
kortA1
короткий
Het was maar een korte pauze.
kosteloosB1
бесплатный
Het advies is kosteloos.
koudA1
холодный
Het eten is koud geworden.
kritischA2
критический
Lees de tekst kritisch.
kwaadA2
злой, рассерженный
Hij werd kwaad om die opmerking.
kwijtA2
потерян (кто-то потерял)
Ik ben mijn portemonnee kwijt, heb jij hem gezien?
laagA1
низкий
De prijs is nu laag.
de laag
слой
Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.
laatA1
поздно
Sorry dat ik te laat ben.
laatsteA1
последний
Dit is de laatste bus.
langA1
долго, длинный
Het duurt niet lang.
langzaamA1
медленный
Kunt u wat langzamer praten?
lastigA2
трудный, хлопотный
Het is lastig om in de stad te parkeren.
leegA1
пустой
Mijn glas is leeg.
lekkerA1
вкусный, приятный
Deze soep is heel lekker.
lelijkA1
уродливый
Dat gebouw vind ik lelijk.
letterlijkA2
буквально
Neem dat niet te letterlijk.
leukA1
приятный, весёлый
Dat was een leuke avond.
het lichtA1
свет
Doe het licht even aan.
лёгкий; светлый
Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.
liefA2
милый, добрый
Wat lief dat je bloemen voor me hebt gekocht!
logischB1
логичный
Het is logisch dat je moe bent na zo'n lange dag.
lokaalB1
местный
De lokale krant schrijft veel over onze buurt.
het lokaal
класс, аудитория
Het examen is in lokaal twaalf op de eerste verdieping.

