Словарь
1756 слов · страница 58 из 71
tweeA1
два
Ik heb twee kinderen.
tweedeA1
второй
Neem de tweede straat rechts.
tweedehandsA2
подержанный
Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.
de tweelingA1
близнецы
Zij heeft een tweeling gekregen.
twijfelenA2
twijfelde · hebben getwijfeld
сомневаться
Ik twijfel nog over die opleiding.
twintigA1
двадцать
Het kost twintig euro.
typischA2
типичный
Dat is typisch Nederlands.
de uiA1
лук
Van een ui moet ik huilen.
uitA1
из
Ik kom uit Oekraïne.
de uitgaveA2
трата, расход
Dit is een grote uitgave voor ons.
uitgevenA2отделяемыйнеправильный
gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven
тратить
Ik geef te veel geld uit aan eten.
издавать (книги)
Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.
de uitkeringA2
пособие
Hij ontvangt tijdelijk een uitkering.
uitkomenA2отделяемыйнеправильный
kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen
подходить (о времени)
Komt dinsdag jou goed uit?
выясниться, оказаться
Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.
de uitspraakA2
произношение
Je uitspraak is al veel beter.
uitstappenA2отделяемый
stapte uit · zijn uitgestapt
выходить (из транспорта)
Bij welke halte moet ik uitstappen?
uitverkochtA2
распродано
Die maat is helaas uitverkocht.
de uitverkoopA2
распродажа
In januari is er uitverkoop.
de uitzendingA2
передача, эфир
De uitzending begint om acht uur.
uitzoekenA2отделяемыйнеправильный
zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht
выяснять
Ik zoek uit wat de regels precies zijn.
het uniformA2
форма
Op dit werk draag je een uniform.
de universiteitA1
университет
Zij studeert aan de universiteit van Leiden.
het uurA1
час
De les duurt één uur.
het UWVA2
агентство страхования занятости
Je uitkering loopt via het UWV.
vaakA1
часто
Ik ga vaak met de fiets.
de vaderA1
отец
Mijn vader kookt heel goed.

