Словарь
1768 слов · страница 58 из 71
de traditieB1
традиция
Sinterklaas is een Nederlandse traditie.
de trainerA2
тренер
De trainer van het voetbalteam is heel streng.
de trainingA2
тренировка; обучение
Op woensdag heb ik training bij de hockeyclub.
de tramA2
трамвай
Neem tram 4 naar het centrum.
de trapA1
лестница
De trap is erg steil.
de treinA2
поезд
De trein naar Amsterdam vertrekt zo.
het treinkaartjeA2
билет на поезд
Koop je treinkaartje van tevoren.
de treinreisA2
поездка на поезде
De treinreis duurt anderhalf uur.
de treinstoringA2
сбой в движении поездов
Door een treinstoring reden er geen treinen.
de treinvertragingB1
задержка поезда
Door treinvertraging kwam ik te laat op het werk.
de tuinA1
сад
We hebben een kleine tuin achter het huis.
het tuinafvalB1
садовые отходы
Tuinafval gaat in de groene bak.
het tuinonderhoudA2
уход за садом
Het tuinonderhoud doen we zelf.
het tuinpadA1
садовая дорожка
Het tuinpad ligt vol bladeren.
de tuinstoelA1
садовый стул
De tuinstoelen staan in de schuur.
de tunnelA2
туннель
Door de tunnel ben je er sneller.
de tvA1
телевизор, ТВ
We kijken vanavond samen een film op tv.
de tweelingA1
близнецы
Zij heeft een tweeling gekregen.
het typeB1
тип
Welk type telefoon heb jij op dit moment?
de uiA1
лук
Van een ui moet ik huilen.
de uitdagingB1
вызов, трудная задача
Een nieuwe taal leren is een grote uitdaging.
het uitgaanslevenB1
ночная жизнь
Het uitgaansleven in de stad is levendig.
de uitgaveA2
трата, расход
Dit is een grote uitgave voor ons.
de uitgavenB1
расходы
Mijn uitgaven zijn hoger dan vorig jaar.
het uitjeB1
выезд, вылазка
We doen jaarlijks een uitje met het team.

