Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

3699 слов · страница 55 из 148

  • instellenB1отделяемый

    stelde in · hebben ingesteld

    настраивать; учреждать

    Je kunt de taal van je telefoon zelf instellen.

  • de instellingB1

    учреждение; настройка

    Hij woont in een instelling voor mensen met een beperking.

  • instemmenB1отделяемый

    stemde in · hebben ingestemd

    соглашаться

    De meerderheid stemde met het voorstel in.

  • het instituutB1

    институт

    Zij werkt als onderzoeker bij een instituut voor gezondheid.

  • de instructieB1

    инструкция

    Lees de instructie voordat je de machine gebruikt.

  • het instrumentB1

    инструмент

    Mijn zoon wil graag een instrument leren spelen, bijvoorbeeld gitaar.

  • de integratiecursusB1

    интеграционный курс

    Hij volgt een integratiecursus bij de gemeente.

  • integrerenB1

    integreerde · hebben geïntegreerd

    интегрироваться

    Het kost tijd om te integreren in een nieuw land.

  • intelligentB1

    умный

    Zij is heel intelligent en leert snel.

  • interessantA2

    интересный

    Ik vond de les over de geschiedenis van Nederland interessant.

  • de interesseB1

    интерес

    Zij heeft veel interesse in geschiedenis.

  • zich interesserenB1возвратный

    interesseerde · hebben geïnteresseerd

    интересоваться

    Hij interesseert zich voor geschiedenis.

  • het interieurB1

    интерьер

    Het interieur van het huis is modern en licht.

  • internB1

    внутренний

    Dit is een interne mail, alleen voor medewerkers.

  • internationaalB1

    международный

    Op onze school zitten veel internationale studenten.

  • het interviewA2

    интервью

    Het interview duurde een half uur.

  • introducerenB1

    introduceerde · hebben geïntroduceerd

    вводить, представлять

    De school introduceert dit jaar een nieuwe methode.

  • intussenB1

    тем временем; уже

    Ik kook het eten, en jij dekt intussen de tafel.

  • de invloedA2

    влияние

    Sociale media hebben veel invloed op jongeren.

  • invullenA2отделяемый

    vulde in · hebben ingevuld

    заполнять

    Vul het formulier volledig in.

  • inwerkenB1отделяемый

    werkte in · hebben ingewerkt

    вводить в курс дела

    Een collega werkt je de eerste week in.

  • de inwonerB1

    житель

    Elke inwoner van de gemeente mag meedoen aan de enquête.

  • inzamelenB1отделяемый

    zamelde in · hebben ingezameld

    собирать (мусор, деньги)

    De gemeente komt op dinsdag het oud papier inzamelen.

  • de inzetB1

    усердие, вовлечённость

    Zijn inzet voor het project was groot.

  • zich inzettenB1отделяемыйвозвратный

    zette in · hebben ingezet

    стараться ради, прилагать усилия

    Zij zet zich in voor de buurt.