Словарь
3699 слов · страница 51 из 148
hopenA1
hoopte · hebben gehoopt
надеяться
Ik hoop dat het lukt.
horenA1
hoorde · hebben gehoord
слышать
Ik hoor je niet goed.
относиться к, входить в
Deze oefening hoort bij hoofdstuk drie.
het horlogeA1
наручные часы
Mijn horloge loopt achter.
het hotelA1
гостиница
We slapen twee nachten in een hotel in Brugge.
houdbaarA2
пригодный к употреблению
De melk is nog twee dagen houdbaar.
de houdbaarheidsdatumA2
срок годности
Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.
houdenA1неправильный
hield · hielden · hebben gehouden
держать; любить (van)
Ik houd van koffie.
de houdingB1
отношение, позиция; осанка
Een positieve houding helpt je bij een sollicitatie.
het houtA2
древесина, дерево (материал)
De tafel in onze keuken is van hout.
houtenB1
деревянный
In de keuken staat een grote houten tafel.
de huidA1
кожа
Bescherm je huid tegen de zon.
huidigB1
нынешний, текущий
Wat is uw huidige adres en telefoonnummer?
huilenA1
huilde · hebben gehuild
плакать
De baby huilt de hele nacht.
het huisA1
дом
Ik woon in een klein huis.
de huisapotheekA2
домашняя аптечка
Zorg voor een goede huisapotheek.
de huisartsA2
терапевт, семейный врач
Je gaat eerst naar de huisarts.
de huisartsenpostA2
дежурная служба врачей
's Avonds belt u de huisartsenpost.
de huisbaasA2
арендодатель
Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.
de huisgenootA1
сосед по квартире
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
het huishoudenB1
домашнее хозяйство
Zij doet het huishouden en werkt drie dagen per week.
de huisregelsA2
правила проживания
Lees de huisregels van het gebouw.
de huisvestingB1
обеспечение жильём
De huisvesting van studenten is een probleem.
het huiswerkB1
домашнее задание
Ik maak mijn huiswerk 's avonds.
de hulpA1
помощь
Bedankt voor je hulp.
het hulpmiddelB1
вспомогательное средство
Een rollator is een handig hulpmiddel.

