Словарь
4398 слов · страница 50 из 176
het gedragB1
поведение
De leraar praat met de ouders over het gedrag van hun zoon.
het gedragspatroonB2
модель поведения
Dat gedragspatroon herhaalt zich elk jaar.
de gedrevenheidB2
увлечённость, напор
Haar gedrevenheid werkt aanstekelijk.
het geduldB1
терпение
Heb even geduld, de dokter komt zo.
de geestB1
дух, разум; призрак
Sport is goed voor lichaam en geest.
de geestdriftB2
воодушевление
Zij sprak met geestdrift over het project.
de geestelijkeB2
духовное лицо
Een geestelijke begeleidde de familie.
het gegevenB1
данные, факт
Dit gegeven komt uit een onderzoek van de overheid.
het gegevensbestandB2
база данных
Het gegevensbestand bevat miljoenen records.
de gehechtheidB2
привязанность
Zijn gehechtheid aan dat huis is groot.
het geheelB1
целое
De verschillende delen vormen samen één geheel.
het geheimA2
секрет, тайна
Kun jij een geheim voor je zus bewaren?
de geheimhoudingsplichtB2
обязанность неразглашения
Op deze functie rust een geheimhoudingsplicht.
het geheugenB1
память
Mijn oma heeft een heel slecht geheugen.
het gehoorB2
слух
Zijn gehoor is achteruitgegaan.
het gehoorapparaatB2
слуховой аппарат
Met een gehoorapparaat volgt hij gesprekken weer.
de gehoorbeschermingB2
защита органов слуха
Bij lawaai is gehoorbescherming verplicht.
het gehoorverliesB2
потеря слуха
Gehoorverlies door lawaai is blijvend.
de geitB2
коза
Op de kinderboerderij staan twee geiten.
het gelaatB2
лицо (книжн.)
Zijn gelaat verried niets.
het geldA1
деньги
Ik heb geen geld bij me.
de geldautomaatA2
банкомат
Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.
het geldbedragA2
денежная сумма
Vul het geldbedrag in cijfers in.
de geldstroomB2
денежный поток
De geldstromen zijn moeilijk te volgen.
de geldtransactieB1
денежная операция
Elke geldtransactie staat op je afschrift.

