Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

119 слов · страница 5 из 5

  • waaromA1

    почему

    Waarom kom je niet?

  • wanneerA1

    когда

    Wanneer begint de les?

  • wantA1

    ведь, потому что (сочинительный)

    Ik blijf thuis, want ik ben ziek.

  • watA1

    что

    Wat doe je?

  • welkeA1

    какой

    Welke bus moet ik nemen?

  • welkomA1

    добро пожаловать

    Welkom bij ons thuis!

  • wieA1

    кто

    Wie is dat?

  • zelfA1

    сам

    Dat heb ik zelf gemaakt.

  • zesA1

    шесть

    We eten om zes uur.

  • zestigA1

    шестьдесят

    Mijn vader is zestig geworden.

  • zevenA1

    семь

    Een week heeft zeven dagen.

  • zeventigA1

    семьдесят

    Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.

  • zijnA1неправильный

    was · waren · zijn geweest

    быть

    Ik ben blij dat je er bent.


    его (притяжательное)

    Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.

  • zoA1

    так

    Doe het zo.

  • zo'nA2

    такой; около

    Ik wil ook zo'n fiets met een mand voorop.

  • zoalsA2

    как (например); так, как

    Zoals je weet, zijn wij morgen gesloten.

  • zoietsA2

    что-то такое, нечто подобное

    Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.

  • zonderA1

    без

    Koffie zonder suiker, alstublieft.

  • zoveelA2

    столько

    Ik heb nog nooit zoveel sneeuw gezien.