Словарь
1053 слов · страница 5 из 43
het biljetA2
купюра
Kunt u dit biljet van vijftig wisselen?
de blessureA2
травма
Door een blessure kan hij niet sporten.
blikA2
взгляд
Aan zijn blik zag ik dat hij loog.
het blikjeA2
банка (жестяная)
In de koelkast staat nog een blikje.
het bloedA2
кровь
Ze hebben mijn bloed onderzocht.
de bloeddrukA2
давление
De dokter meet eerst uw bloeddruk.
de bloemkoolA1
цветная капуста
Vanavond eten we bloemkool.
het boekA1
книга
Ik lees elke avond een boek.
de boerderijA2
ферма
Mijn oom woont op een boerderij met koeien en kippen.
de bonA2
чек
Bewaar de bon voor de garantie.
штраф (квитанция)
Hij kreeg een bon omdat hij te hard reed.
de boodschapA2
послание, идея
De boodschap van de campagne is duidelijk.
de boodschappenA2
продукты, покупки
Ik doe zaterdag boodschappen.
het boodschappenlijstjeA2
список покупок
Ik maak altijd een boodschappenlijstje.
de boodschappentasA2
сумка для покупок
Neem je eigen boodschappentas mee.
de boomA2
дерево
Voor het huis staat een grote boom.
de boonA1
фасоль, боб
Er staan bonen op het menu.
het bordA1
тарелка
Zet de borden op tafel.
табличка, знак
Op het bord staat dat je hier niet mag parkeren.
de borgA2
залог
De borg krijg je later terug.
de borstA1
грудь
Hij voelt pijn op zijn borst.
het bosA2
лес
We wandelen graag in het bos.
de bos
букет, пучок
Hij kwam thuis met een bos bloemen voor zijn moeder.
de boterA1
масло
Doe wat boter op je brood.
de boterhamA1
бутерброд
Ik neem twee boterhammen mee.
de brandA2
пожар
Bij brand moet je direct 112 bellen.
de briefA1
письмо
Ik heb een brief van de gemeente gekregen.
de brievenbusA1
почтовый ящик
Er zit post in de brievenbus.

