Словарь
4398 слов · страница 48 из 176
de functieA2
должность
In welke functie werk je?
de functie-eisB2
требование к должности
Een rijbewijs is een harde functie-eis.
het functiegesprekB1
беседа о должности
Volgende week heb ik mijn functiegesprek.
de functieomschrijvingB1
должностная инструкция
Lees de functieomschrijving goed door.
het functieprofielB1
профиль должности
Het functieprofiel staat in de vacature.
de functietitelA2
название должности
Wat is je functietitel precies?
het functioneringsgesprekB2
беседа о работе (с руководителем)
Het functioneringsgesprek is één keer per jaar.
de funderingB2
фундамент
De fundering van het huis verzakt.
de fysiotherapieB2
физиотерапия
Na de operatie kreeg hij fysiotherapie.
het gaatjeB2
кариозная полость
Er zit een gaatje in mijn kies.
de galerijB2
галерейная площадка
Alle voordeuren komen uit op de galerij.
de gangA1
коридор
Zet je schoenen in de gang.
de gansB2
гусь
Ganzen vreten het gras van de boeren op.
de garageA1
гараж
De fiets staat in de garage.
de garantieA2
гарантия
Er zit twee jaar garantie op.
het garantiebewijsB2
гарантийный талон
Bewaar het garantiebewijs bij de doos.
de garantietermijnB2
гарантийный срок
De garantietermijn is twee jaar.
de gardeB2
венчик
Klop de eieren met een garde.
de garnaalB2
креветка
De garnalen worden op zee gekookt.
het gasA2
газ
Wij koken op gas, maar willen elektrisch gaan koken.
de gastA2
гость
Op ons feest waren meer dan vijftig gasten.
de gastarbeiderB2
гастарбайтер
Veel gastarbeiders bleven uiteindelijk in Nederland.
de gastheerB1
хозяин (принимающий)
Hij was een uitstekende gastheer.
de gastvrijheidB2
гостеприимство
Bedankt voor jullie gastvrijheid.
het gasverbruikB2
потребление газа
Ons gasverbruik is gehalveerd.

