Словарь
1768 слов · страница 47 из 71
de richtingA2
направление
Je moet de andere richting op.
de rijA2
очередь
Er staat een lange rij bij de kassa.
het rijbewijsB1
водительские права
Zonder rijbewijs mag je niet rijden.
de rijbewijsverlengingB1
продление прав
De rijbewijsverlenging regel je bij de gemeente.
het rijexamenB1
экзамен по вождению
Ik ben geslaagd voor mijn rijexamen.
het rijgedragB1
манера вождения
Zijn rijgedrag is de laatste tijd rustiger.
de rijlesB1
урок вождения
Ik neem sinds maart rijles.
de rijstA1
рис
We eten vanavond rijst met groente.
de rijstrookB1
полоса движения
De rechter rijstrook is afgesloten.
de rijvaardigheidB1
водительские навыки
Bij het examen wordt je rijvaardigheid getest.
de ringA2
кольцо
Hij kocht een gouden ring voor zijn vriendin.
het risicoB1
риск
Wie te hard rijdt, neemt een groot risico.
de rivierA2
река
De rivier loopt door de stad.
de rokA1
юбка
Ze draagt vandaag een lange blauwe rok.
de rolB1
роль
Ouders spelen een grote rol in het leven van kinderen.
de rommelA1
беспорядок
Wat een rommel in deze kamer!
de rondeB1
раунд; круг
Na de eerste ronde stond ons team voor.
de roomA1
сливки
Wil je room bij de koffie?
het roosterA2
график, расписание
Het rooster voor volgende week hangt er.
de rotondeA2
круговое движение
Neem op de rotonde de tweede afslag.
de rotzooiB1
бардак
Ruim eerst die rotzooi in je kamer op.
de routeB1
маршрут
Dit is de snelste route.
de rugA1
спина
Ik heb last van mijn rug.
de rugzakA1
рюкзак
Mijn boeken zitten in mijn rugzak.
de ruimteB1
пространство, место
Er is te weinig ruimte in de kast voor al mijn kleren.

