Словарь
5388 слов · страница 44 из 216
de discussieA2
дискуссия
De discussie liep hoog op.
de discussieleiderB2
ведущий дискуссии
De discussieleider gaf iedereen het woord.
het distributiecentrumB2
распределительный центр
Het distributiecentrum werkt in drie ploegen.
diversB1
разнообразный
Onze buurt is erg divers, met mensen uit veertig landen.
de diversiteitB2
разнообразие
Het bedrijf wil meer diversiteit in de top.
het dividendB2
дивиденд
Het bedrijf keert dit jaar geen dividend uit.
de docentB1
преподаватель
De docent legt de opdracht nog een keer uit.
de dochterA1
дочь
Onze dochter is vijf jaar oud.
het documentA2
документ
Sla het document op voordat je de computer uitzet.
de documentaireB2
документальный фильм
De documentaire won een prijs.
de documentatieB2
документация
De documentatie is online beschikbaar.
doe de groetenB2
передавай привет
Doe de groeten aan je vrouw.
doeiA1
пока
Doei, tot morgen!
het doekA1
тряпка
Veeg de tafel af met een doek.
het doelA1
цель
Wat is het doel van deze cursus?
de doelgerichtheidB2
целеустремлённость
Haar doelgerichtheid valt op.
de doelgroepB2
целевая аудитория
Wie is de doelgroep van dit programma?
de doelstellingB1
цель, задача
We hebben onze doelstelling gehaald.
doenA1неправильный
deed · deden · hebben gedaan
делать
Wat doe je in het weekend?
de dokterA1
врач
Ik ga morgen naar de dokter.
het doktersadviesB1
рекомендация врача
Volg het doktersadvies goed op.
de doktersassistentA2
ассистент врача
De doktersassistent maakt de afspraken.
het doktersbezoekB1
визит к врачу
Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.
domA2
глупый
Ik heb een dom foutje gemaakt in mijn brief.
de domineeB2
пастор
De dominee sprak bij de uitvaart.

