Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

2916 слов · страница 44 из 117

  • jammerA2

    жаль

    Wat jammer dat je niet naar het feest kunt komen.

  • januariA1

    январь

    Mijn cursus begint in januari.

  • jarigA1

    именинник

    Mijn zoon is vandaag jarig.

  • de jasA1

    куртка

    Doe je jas aan, het is koud.

  • de jeugdB1

    юность, детство

    In mijn jeugd speelde ik altijd buiten op straat.

  • jongA1

    молодой

    Zij is nog heel jong.

  • de jongenA1

    мальчик

    Die jongen is mijn zoon.

  • de journalistA2

    журналист

    De journalist sprak met meerdere getuigen.

  • het jubileumB1

    юбилей

    De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.

  • juistA2

    правильный, верный

    Kies het juiste antwoord uit de lijst.

  • juliA1

    июль

    In juli gaan we op vakantie.

  • juniA1

    июнь

    In juni beginnen de examens.

  • juridischB1

    юридический

    Voor juridisch advies kun je naar het Juridisch Loket.

  • de jurkA1

    платье

    Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.

  • de kaarsA1

    свеча

    Op tafel brandt een kaars.

  • de kaartA1

    открытка; карта

    Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.

  • het kaartjeA2

    билет

    Ik heb mijn kaartje al gekocht.

  • de kaasA1

    сыр

    Nederlandse kaas is bekend in de wereld.

  • het kabinetA2

    кабинет министров

    Het nieuwe kabinet is deze week beëdigd.

  • de kachelA1

    обогреватель, печь

    Zet de kachel wat hoger.

  • het kaderB1

    рамки, контекст

    In het kader van het project bezoeken we een fabriek.

  • de kamA1

    расчёска

    Mag ik je kam even lenen?

  • de kamerA1

    комната

    Mijn kamer is niet zo groot.


    палата (парламента)

    De Tweede Kamer stemt volgende week over de wet.

  • het kampB1

    лагерь

    In de zomer gaan de kinderen een week op kamp.

  • kamperenB1

    kampeerde · hebben gekampeerd

    жить в палатке

    We gaan deze zomer kamperen in Frankrijk.