Словарь
1784 слов · страница 42 из 72
opgeluchtA2
испытавший облегчение
Ik was opgelucht toen het voorbij was.
opgewektA2
жизнерадостный
Ze is meestal heel opgewekt.
ophalenA2отделяемый
haalde op · hebben opgehaald
забирать, заезжать за
Ik haal je om zeven uur op.
de opleidingA2
образование, обучение
Welke opleiding heb je gedaan?
oplettenA2отделяемый
lette op · hebben opgelet
быть внимательным
Let goed op bij het oversteken.
de oplossingA2
решение
Er is vast een oplossing.
de opnameA2
запись
De opname van het gesprek duurt tien minuten.
снятие денег
Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.
opnieuwA1
заново, снова
Probeer het opnieuw.
opruimenA2отделяемый
ruimde op · hebben opgeruimd
прибирать (вещи)
Ruim je spullen even op.
opschrijvenA2отделяемыйнеправильный
schreef op · schreven op · hebben opgeschreven
записать
Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?
opsturenA2отделяемый
stuurde op · hebben opgestuurd
отправить (по почте)
Ik moet dit formulier vandaag nog naar de gemeente opsturen.
optillenA2отделяемый
tilde op · hebben opgetild
поднять (вверх)
Ik kan mijn zware koffer niet alleen optillen.
optredenA2отделяемыйнеправильный
trad op · traden op · hebben opgetreden
выступать
De band treedt zaterdag op.
het optreden
выступление
Het optreden van de band duurde twee uur.
opvallenA2отделяемыйнеправильный
viel op · vielen op · zijn opgevallen
бросаться в глаза
Het valt me op dat je beter spreekt.
opwarmenA2отделяемый
warmde op · hebben opgewarmd
разогревать
Warm het eten even op in de magnetron.
opzeggenA2отделяемыйнеправильный
zei op · zeiden op · hebben opgezegd
расторгать, отменять
Ik wil mijn contract opzeggen.
opzoekenA2отделяемыйнеправильный
zocht op · zochten op · hebben opgezocht
посмотреть, найти (в словаре, на карте)
Zoek het woord even op.
навестить, зайти к (кому-то)
Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.
oranjeA1
оранжевый
Het Nederlands elftal speelt in oranje.
de organisatieA2
организация
Zij werkt voor een organisatie die vluchtelingen helpt.
organiserenA2
organiseerde · hebben georganiseerd
организовывать
Wij organiseren zaterdag een feest voor de buren.
oudA1
старый
Dit is een oud gebouw.
de oudersA1
родители
Mijn ouders wonen nog in Polen.
de ovenA2
духовка
Zet de oven op 180 graden.
de ovenschaalA2
форма для запекания
Doe alles in een ovenschaal.
overA1
о; через (время)
We praten later over dit probleem.

