Словарь
1053 слов · страница 40 из 43
de wangA1
щека
Haar wangen zijn rood van de kou.
de wasdrogerA2
сушильная машина
In de winter gebruik ik de wasdroger.
het wasgoedA2
бельё (для стирки)
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
de wasmachineA2
стиральная машина
De wasmachine is kapot.
de wasmandA1
корзина для белья
De vuile kleren liggen in de wasmand.
de wastafelA2
умывальник
De kraan van de wastafel lekt.
het waterA1
вода
Drink veel water op een warme dag.
de webshopA2
интернет-магазин
Ik bestel het liever in een webshop.
de websiteA2
веб-сайт
De website van de gemeente is vernieuwd.
de wedstrijdA1
матч, соревнование
De wedstrijd begint om drie uur.
de weekA1
неделя
Deze week werk ik thuis.
de weekdagA1
будний день
Op weekdagen sta ik vroeg op.
het weekendA1
выходные
In het weekend werk ik niet.
het weerA1
погода
Het weer verandert hier snel.
снова, опять
Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.
de wegA1
дорога
Deze weg gaat naar het centrum.
de wensA2
желание
Mijn grootste wens is een eigen huis.
de wereldA1
мир
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
het werkA1
работа
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
de werkafspraakA2
рабочая договорённость
We maken hierover een werkafspraak.
het werkbriefjeA2
табель рабочего времени
Lever je werkbriefje op vrijdag in.
de werkdagA2
рабочий день
Het was een lange werkdag.
de werkgeverA2
работодатель
Mijn werkgever betaalt de cursus.
de werkinstructieA2
рабочая инструкция
Lees de werkinstructie goed door.
de werkomgevingA2
рабочая обстановка
Ik heb een prettige werkomgeving.
het werkplanA2
план работы
We maken eerst een werkplan.

