Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

175 слов · страница 4 из 7

  • liggenA1неправильный

    lag · lagen · hebben gelegen

    лежать, находиться

    Het boek ligt op tafel.

  • lijkenA1неправильный

    leek · leken · hebben geleken

    казаться

    Het lijkt me een goed idee.

  • lopenA1неправильный

    liep · liepen · hebben/zijn gelopen

    ходить пешком

    Ik loop elke dag naar mijn werk.


    идти, длиться (о сроке)

    De cursus loopt van september tot juni.

  • meedoenA2отделяемыйнеправильный

    deed mee · deden mee · hebben meegedaan

    участвовать

    Doe je mee met de cursus?

  • meegaanA2отделяемыйнеправильный

    ging mee · gingen mee · zijn meegegaan

    пойти вместе, присоединиться

    Mag ik met jullie meegaan naar het strand?


    служить долго (о вещах)

    Deze schoenen gaan al vijf jaar mee.

  • meenemenA2отделяемыйнеправильный

    nam mee · namen mee · hebben meegenomen

    брать с собой

    Neem je paspoort mee.


    учитывать, принимать во внимание

    We nemen jouw voorstel mee in het besluit.

  • moetenA1неправильный

    moest · moesten · hebben gemoeten

    быть должным

    Ik moet nu weg.

  • mogenA1неправильный

    mocht · mochten · hebben gemogen

    можно, иметь право

    Mag ik hier zitten?

  • nadenkenA2отделяемыйнеправильный

    dacht na · dachten na · hebben nagedacht

    обдумывать

    Ik moet er nog even over nadenken.

  • nakijkenA2отделяемыйнеправильный

    keek na · keken na · hebben nagekeken

    проверять (работы, ошибки)

    De docent moet vanavond nog veertig toetsen nakijken.

  • navragenB1отделяемыйнеправильный

    vroeg na · vroegen na · hebben nagevraagd

    уточнять, узнавать

    Ik zal het even navragen bij de gemeente.

  • nemenA1неправильный

    nam · namen · hebben genomen

    брать

    Ik neem de trein van acht uur.

  • omgaanB1отделяемыйнеправильный

    ging om · gingen om · zijn omgegaan

    обходиться, справляться (omgaan met)

    Hoe ga je om met stress op je werk?

  • onderzoekenA2неправильный

    onderzocht · onderzochten · hebben onderzocht

    расследовать

    Journalisten onderzoeken de zaak nog.


    обследовать (пациента)

    De huisarts onderzoekt haar knie.

  • ontbijtenA2неправильный

    ontbeet · ontbeten · hebben ontbeten

    завтракать

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • onthoudenA2неправильный

    onthield · onthielden · hebben onthouden

    запоминать

    Ik kan die naam nooit onthouden.

  • ontslaanA2неправильный

    ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen

    увольнять

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • ontspannenB1неправильный

    ontspande · ontspanden · hebben ontspannen

    расслабляться

    In het weekend probeer ik te ontspannen.

  • ontstaanB1неправильный

    ontstond · ontstonden · zijn ontstaan

    возникать

    Door de regen ontstonden er lange files.

  • ontvangenA1неправильный

    ontving · ontvingen · hebben ontvangen

    получать; принимать (гостей)

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • opbergenA2отделяемыйнеправильный

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    убирать (на место)

    Berg je spullen op in de kast.

  • opnemenB1отделяемыйнеправильный

    nam op · namen op · hebben opgenomen

    брать трубку; записывать

    Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.


    снимать (деньги)

    Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.

  • opschrijvenA2отделяемыйнеправильный

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    записать

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?

  • optredenA2отделяемыйнеправильный

    trad op · traden op · hebben opgetreden

    выступать

    De band treedt zaterdag op.


    het optreden

    выступление

    Het optreden van de band duurde twee uur.

  • opvallenA2отделяемыйнеправильный

    viel op · vielen op · zijn opgevallen

    бросаться в глаза

    Het valt me op dat je beter spreekt.