Словарь
1053 слов · страница 39 из 43
het voedselA2
продовольствие, пища
Er wordt veel voedsel weggegooid.
de voetA1
ступня
Mijn voet doet zeer.
het voetbalA1
футбол
Op zaterdag kijkt mijn vader altijd voetbal op tv.
de voetbalclubA2
футбольный клуб
Mijn zoon is lid van de voetbalclub in ons dorp.
het voorbeeldA2
пример
Kun je een voorbeeld geven?
de voordeurA1
входная дверь
De voordeur zit op slot.
het voorgerechtA2
закуска
Als voorgerecht nemen we soep.
de voorraadA2
запас, наличие
We hebben het niet meer op voorraad.
de voorraadkastA2
кладовая для продуктов
Het meel staat in de voorraadkast.
de voorwaardeA2
условие
Lees eerst de voorwaarden.
de vorkA1
вилка
Er ligt geen vork op tafel.
de vraagA1
вопрос
Mag ik u een vraag stellen over het formulier?
de vrachtwagenA2
грузовик
Een grote vrachtwagen staat midden op de straat.
de vriendA1
друг
Hij is een goede vriend van mij.
парень, молодой человек
Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.
de vriendinA1
подруга, девушка
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
дружба
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
de vriezerA2
морозильник
Het brood ligt in de vriezer.
de vrijdagA1
пятница
Vrijdag werk ik thuis.
de vrijheidA2
свобода
Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.
de vrijwilligerA2
волонтёр
Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.
de vrouwA1
женщина
De vrouw leest een boek.
жена
Mijn vrouw werkt bij de gemeente.
het vuurA2
огонь
We zaten 's avonds bij het vuur in de tuin.
de waardeA2
стоимость, ценность
De waarde van het huis is gestegen.
de wachtkamerA2
приёмная
Neemt u plaats in de wachtkamer.
het wachtwoordA2
пароль
Ik ben mijn wachtwoord vergeten.

