Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

1756 слов · страница 36 из 71

  • minstensA2

    минимум, по крайней мере

    Je moet minstens een uur voor vertrek op het vliegveld zijn.

  • de minuutA1

    минута

    Wacht even, nog één minuut.

  • misschienA1

    может быть

    Misschien kom ik later.

  • misselijkA2

    тошнит

    Ik voel me een beetje misselijk.

  • missenA1

    miste · hebben gemist

    пропустить; скучать

    Ik heb de bus gemist.

  • de mobielA2

    мобильный (телефон)

    Mag ik even je mobiel gebruiken om te bellen?

  • modernA2

    современный

    Ze wonen in een modern huis met grote ramen.

  • moeA1

    усталый

    Ik ben vandaag heel moe.

  • de moederA1

    мать

    Mijn moeder woont in Utrecht.

  • moedigA2

    смелый

    Dat was een moedige beslissing.

  • moeilijkA1

    трудный

    Nederlands is soms moeilijk.

  • moetenA1неправильный

    moest · moesten · hebben gemoeten

    быть должным

    Ik moet nu weg.

  • mogelijkA1

    возможный

    Is het mogelijk om later te komen?

  • de mogelijkheidA2

    возможность

    Er is nog een andere mogelijkheid.

  • mogenA1неправильный

    mocht · mochten · hebben gemogen

    можно, иметь право

    Mag ik hier zitten?

  • het momentA1

    момент

    Een moment, ik kom eraan.

  • de mondA1

    рот

    Doe je mond open, zegt de tandarts.

  • het monumentA2

    памятник

    Dit pand is een beschermd monument.

  • mooiA1

    красивый

    Wat een mooie foto!

  • morgenA1

    завтра

    Morgen begin ik vroeg.

  • de motorA2

    мотор, двигатель; мотоцикл

    De motor van de auto maakt een raar geluid.

  • de mouwA2

    рукав

    Er zit een gat in de mouw van mijn jas.

  • de muntA2

    монета

    Heb je een munt van twee euro?


    мята

    In de thee zit verse munt uit de tuin.

  • het muntgeldA2

    монеты

    Voor de kar heb je muntgeld nodig.

  • het museumA2

    музей

    Het museum is op maandag gesloten.