Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

2767 слов · страница 35 из 111

  • hangenA2неправильный

    hing · hingen · hebben gehangen

    висеть; вешать

    Er hangt een grote klok aan de muur.

  • hardA1

    твёрдый; громкий

    Het bed is te hard.

  • hardlopenB1отделяемыйнеправильный

    liep hard · liepen hard · hebben hardgelopen

    бегать, бег

    's Ochtends ga ik hardlopen in het park.

  • het hartA1

    сердце

    Mijn hart klopt snel.

  • de hartslagA1

    пульс, сердцебиение

    Mijn hartslag gaat snel na het sporten.

  • hatenA1

    haatte · hebben gehaat

    ненавидеть

    Hij haat vergaderingen.

  • de havenA2

    порт, гавань

    De boot ligt in de haven van Den Helder.

  • hebbenA1неправильный

    had · hadden · hebben gehad

    иметь

    Wij hebben twee kinderen.


    (вспомогательный глагол перфекта)

    Ik heb de brief gisteren al geschreven.

  • heelA1

    очень; целый

    Het is heel warm vandaag.

  • heenA2

    туда (heen en terug)

    Ik heb een kaartje heen en terug gekocht.

  • de heerB1

    господин, джентльмен

    Geachte heer, hierbij reageer ik op uw advertentie.

  • heerlijkA2

    восхитительный, очень вкусный

    De soep van mijn moeder smaakt heerlijk.

  • het hekA1

    забор, калитка

    Doe het hek achter je dicht.

  • helaasA2

    к сожалению

    Helaas kan ik niet komen.

  • de heldB1

    герой

    De brandweerman is een echte held voor de kinderen.

  • helderB1

    ясный, прозрачный

    Na de regen is de lucht weer helder.

  • helemaalA2

    совсем, полностью

    Ik ben de afspraak bij de tandarts helemaal vergeten.

  • de helftA1

    половина

    De helft van de klas was ziek.

  • helpenA1неправильный

    hielp · hielpen · hebben geholpen

    помогать

    Kun je me even helpen?

  • de herfstA1

    осень

    In de herfst waait het vaak hard.

  • herhalenB1

    herhaalde · hebben herhaald

    повторять

    Kunt u dat herhalen, alstublieft?

  • de herhalingA2

    повторение

    Volgende week is er een herhaling van de grammatica.

  • zich herinnerenA2возвратный

    herinnerde · hebben herinnerd

    помнить, вспоминать

    Ik herinner me haar naam niet meer.

  • de herinneringB1

    напоминание

    Ik kreeg een herinnering voor een onbetaalde rekening.

  • de herkansingB1

    пересдача

    Je hebt recht op één herkansing.