Словарь
3981 слов · страница 34 из 160
de diversiteitB2
разнообразие
Het bedrijf wil meer diversiteit in de top.
het dividendB2
дивиденд
Het bedrijf keert dit jaar geen dividend uit.
de docentB1
преподаватель
De docent legt de opdracht nog een keer uit.
de dochterA1
дочь
Onze dochter is vijf jaar oud.
het documentB1
документ
Sla het document op voordat je de computer uitzet.
de documentaireB2
документальный фильм
De documentaire won een prijs.
de documentatieB2
документация
De documentatie is online beschikbaar.
het doekA1
тряпка
Veeg de tafel af met een doek.
het doelA1
цель
Wat is het doel van deze cursus?
de doelgerichtheidB2
целеустремлённость
Haar doelgerichtheid valt op.
de doelgroepB2
целевая аудитория
Wie is de doelgroep van dit programma?
de doelstellingB1
цель, задача
We hebben onze doelstelling gehaald.
de dokterA1
врач
Ik ga morgen naar de dokter.
het doktersadviesB1
рекомендация врача
Volg het doktersadvies goed op.
de doktersassistentA2
ассистент врача
De doktersassistent maakt de afspraken.
het doktersbezoekB1
визит к врачу
Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.
de domineeB2
пастор
De dominee sprak bij de uitvaart.
de donateurB2
жертвователь
De stichting heeft vijfduizend donateurs.
de donatieB2
пожертвование
De organisatie leeft van donaties.
de donderdagA1
четверг
De les is elke donderdag.
doodA2
мёртвый
De plant is dood, want ik vergat water te geven.
de dood
смерть
Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.
de dooiB2
оттепель
Na de dooi kwamen er gaten in de weg.
de doorstroomB2
переход на следующую ступень
De doorstroom naar het hoger onderwijs is gestegen.
de doorverwijzingB2
направление к специалисту
Zonder doorverwijzing kom je er niet binnen.
de doosA1
коробка
De boeken zitten in een doos.

