Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

5480 слов · страница 33 из 220

  • de busbaanB2

    выделенная полоса для автобусов

    De bus rijdt over een vrije busbaan.

  • de buschauffeurB2

    водитель автобуса

    De buschauffeur wachtte nog even.

  • het bushokjeA2

    навес на остановке

    We schuilden in het bushokje voor de regen.

  • het businessplanB2

    бизнес-план

    Zonder businessplan krijg je geen lening.

  • de buslijnB1

    автобусный маршрут

    Buslijn 12 stopt hier vlakbij.

  • de buspasA2

    проездной на автобус

    Met een buspas reis je goedkoper.

  • de buurmanA1

    сосед

    De buurman helpt ons vaak.

  • de buurtA1

    район, квартал

    Onze buurt is de laatste jaren veranderd.

  • de buurtappB2

    соседский чат

    Via de buurtapp waarschuwen bewoners elkaar.

  • de buurtbemiddelingB1

    посредничество между соседями

    Bij ruzie kun je buurtbemiddeling inschakelen.

  • de buurtbewonerB2

    житель района

    De buurtbewoners tekenden bezwaar aan.

  • het buurtfeestB1

    праздник района

    Elk jaar is er een buurtfeest in de straat.

  • het buurthuisB1

    общественный центр

    In het buurthuis worden taallessen gegeven.

  • het buurtinitiatiefB1

    районная инициатива

    Het buurtinitiatief kreeg steun van de gemeente.

  • het buurtonderzoekB1

    опрос жителей района

    Uit het buurtonderzoek blijkt dat bewoners tevreden zijn.

  • het buurtoverlegB1

    собрание жителей района

    Het buurtoverleg is elke eerste maandag.

  • de buurtpreventieB2

    соседский патруль

    In deze wijk is een groep voor buurtpreventie actief.

  • de buurtverenigingB1

    объединение жителей района

    De buurtvereniging organiseert een straatfeest.

  • de buurvrouwA1

    соседка

    De buurvrouw past op de kinderen.

  • het cadeauA1

    подарок

    Voor zijn verjaardag kreeg hij een mooi cadeau.

  • het caféA2

    кафе

    We spreken af in het café op de hoek.

  • de calorieB2

    калория

    Deze maaltijd bevat achthonderd calorieën.

  • de cameraA2

    камера

    In de winkel hangen overal camera's.

  • het camerastandpuntB2

    ракурс камеры

    Het camerastandpunt bepaalt de sfeer.

  • de campagneB2

    кампания

    De gemeente start een campagne tegen afval op straat.