Словарь
3981 слов · страница 30 из 160
het cursusgeldA2
плата за курс
Het cursusgeld betaal je vooraf.
de cursusleiderA2
руководитель курса
De cursusleider legt het programma uit.
het cvA2
резюме
Stuur je cv mee met de sollicitatie.
de cyberveiligheidB2
кибербезопасность
Cyberveiligheid is een nationale prioriteit.
de daadkrachtB2
решительность в действиях
Het plan vraagt om daadkracht.
de dagA1
день
Elke dag ga ik naar mijn werk.
здравствуйте; до свидания
Dag mevrouw, kan ik u helpen?
de dagbestedingB2
дневная занятость
Hij gaat drie dagen per week naar de dagbesteding.
het dagbladB2
ежедневная газета
Het dagblad verschijnt zes keer per week.
het dagelijksA1
ежедневно
Ik oefen dagelijks een half uur.
het dakA2
крыша
Het dak lekt bij zware regen.
de dakconstructieB2
конструкция крыши
De dakconstructie moet vernieuwd worden.
de dakloosheidB2
бездомность
Dakloosheid neemt ook onder jongeren toe.
het dalB2
долина
In het dal is het warmer.
de dalingB2
снижение, падение
Na de piek volgde een scherpe daling.
de dameA2
дама, женщина
De dame achter de balie helpt u graag verder.
de dankbaarheidB2
благодарность
Hij sprak zijn dankbaarheid uit.
de dansA2
танец
Op de bruiloft deed iedereen mee aan de dans.
de darmB2
кишечник
Vezels zijn goed voor de darmen.
de databundelB2
пакет мобильного интернета
Mijn databundel is halverwege de maand op.
het datalekB2
утечка данных
Na het datalek moesten alle wachtwoorden gewijzigd worden.
de dataverzamelingB2
сбор данных
De dataverzameling duurde zes maanden.
de datumA1
дата
Wat is de datum van vandaag?
de dauwB2
роса
Het gras was nat van de dauw.
de deadlineA2
срок сдачи
De deadline is vrijdag.
het debatA2
дебаты
Het debat werd live uitgezonden.

