Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

175 слов · страница 3 из 7

  • zich gedragenB1возвратныйнеправильный

    gedroeg · gedroegen · hebben gedragen

    вести себя

    De kinderen gedroegen zich keurig op het feest.

  • geldenA2неправильный

    gold · golden · hebben gegolden

    действовать, распространяться

    Deze regel geldt voor iedereen.

  • genezenA2неправильный

    genas · genazen · hebben/zijn genezen

    заживать, излечивать

    De wond is goed genezen.

  • genietenA1неправильный

    genoot · genoten · hebben genoten

    наслаждаться

    Ik geniet van het rustige weekend.

  • gevenA1неправильный

    gaf · gaven · hebben gegeven

    давать

    Geef mij het zout, alsjeblieft.

  • hangenA2неправильный

    hing · hingen · hebben gehangen

    висеть; вешать

    Er hangt een grote klok aan de muur.

  • hardlopenB1отделяемыйнеправильный

    liep hard · liepen hard · hebben hardgelopen

    бегать, бег

    's Ochtends ga ik hardlopen in het park.

  • hebbenA1неправильный

    had · hadden · hebben gehad

    иметь

    Wij hebben twee kinderen.


    (вспомогательный глагол перфекта)

    Ik heb de brief gisteren al geschreven.

  • helpenA1неправильный

    hielp · hielpen · hebben geholpen

    помогать

    Kun je me even helpen?

  • hetenA1неправильный

    heette · heetten · hebben geheten

    называться, зваться

    Hoe heet jij?

  • hoevenA2неправильный

    hoefde · hoefden · hebben gehoeven

    быть нужным (с отрицанием)

    Je hoeft morgen niet naar school te komen.

  • houdenA1неправильный

    hield · hielden · hebben gehouden

    держать; любить (van)

    Ik houd van koffie.

  • zich inschrijvenB1отделяемыйвозвратныйнеправильный

    schreef in · schreven in · hebben ingeschreven

    записаться, зарегистрироваться

    Je kunt je online inschrijven voor de cursus.

  • kiezenA1неправильный

    koos · kozen · hebben gekozen

    выбирать

    Je moet zelf kiezen.

  • kijkenA1неправильный

    keek · keken · hebben gekeken

    смотреть

    We kijken vanavond naar een film.

  • klinkenB1неправильный

    klonk · klonken · hebben geklonken

    звучать

    Dat plan klinkt goed, laten we het proberen.

  • komenA1неправильный

    kwam · kwamen · zijn gekomen

    приходить

    Kom je vanavond ook?

  • kopenA1неправильный

    kocht · kochten · hebben gekocht

    покупать

    Ik koop brood bij de bakker.

  • krijgenA1неправильный

    kreeg · kregen · hebben gekregen

    получать

    Ik heb een brief gekregen.

  • kunnenA1неправильный

    kon · konden · hebben gekund

    мочь, уметь

    Kun je mij helpen?

  • lachenA1неправильный

    lachte · lachten · hebben gelachen

    смеяться

    We hebben veel gelachen.

  • langskomenA2отделяемыйнеправильный

    kwam langs · kwamen langs · zijn langsgekomen

    заходить, заглядывать

    Kom je vanavond even langs?

  • latenA1неправильный

    liet · lieten · hebben gelaten

    позволять; отдавать (в ремонт)

    Ik laat mijn fiets repareren.

  • lezenA1неправильный

    las · lazen · hebben gelezen

    читать

    Lees de tekst nog een keer.

  • liegenA2неправильный

    loog · logen · hebben gelogen

    лгать, врать

    Hij zei dat hij ziek was, maar hij loog.