Словарь
7809 слов · страница 295 из 313
het weerA1
погода
Het weer verandert hier snel.
снова, опять
Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.
het weeralarmB1
штормовое предупреждение
Het KNMI gaf een weeralarm af.
het weerberichtB2
сводка погоды
Volgens het weerbericht wordt het droog.
weergevenB1отделяемыйнеправильный
gaf weer · gaven weer · hebben weergegeven
передавать, отображать
Geef in je eigen woorden weer wat de tekst zegt.
weerhoudenB1неправильный
weerhield · weerhielden · hebben weerhouden
удерживать (от)
De regen weerhield ons er niet van om te gaan wandelen.
de weerkaartB1
карта погоды
Op de weerkaart zie je een depressie boven zee.
weerleggenB2
weerlegde · hebben weerlegd
опровергать
Dat argument is makkelijk te weerleggen.
de weerleggingB2
опровержение
Zijn weerlegging overtuigde niemand.
de weersomstandigheidB1
погодные условия
Door slechte weersomstandigheden ging de vlucht niet.
de weerstandB1
сопротивление
Het plan riep veel weerstand op.
de weersverwachtingB1
прогноз погоды
Volgens de weersverwachting gaat het regenen.
de weersvoorspellingB2
прогноз погоды
De weersvoorspelling klopte niet.
het weerwoordB2
возражение, ответ
Hij had geen weerwoord op die kritiek.
de wegA1
дорога
Deze weg gaat naar het centrum.
het wegdekB2
дорожное покрытие
Het wegdek is glad bij regen.
wegenA2неправильный
woog · wogen · hebben gewogen
взвешивать; весить
De verpleegkundige weegt de baby elke maand.
het wegennetB1
дорожная сеть
Nederland heeft een dicht wegennet.
wegensB1
по причине (книжн.)
De winkel is wegens ziekte vandaag gesloten.
weggaanA2отделяемыйнеправильный
ging weg · gingen weg · zijn weggegaan
уходить
Wanneer ga je weg?
weggooienA2отделяемый
gooide weg · hebben weggegooid
выбрасывать
Gooi het oude papier weg.
weghalenB1отделяемый
haalde weg · hebben weggehaald
убирать, уносить
Wil je je fiets weghalen bij de voordeur?
wegleggenB1отделяемый
legde weg · hebben weggelegd
откладать, убирать
Leg je telefoon even weg tijdens het eten.
weglopenB2отделяемыйнеправильный
liep weg · liepen weg · zijn weggelopen
уходить, убегать
De jongen is na een ruzie van huis weggelopen.
wegnemenB1отделяемыйнеправильный
nam weg · namen weg · hebben weggenomen
убирать, снимать (сомнения)
Het gesprek met de arts nam mijn zorgen weg.
wegvallenB1отделяемыйнеправильный
viel weg · vielen weg · zijn weggevallen
пропадать, выпадать
Tijdens het gesprek viel de verbinding steeds weg.

