Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7809 слов · страница 290 из 313

  • vrijlatenB2отделяемыйнеправильный

    liet vrij · lieten vrij · hebben vrijgelaten

    освобождать, отпускать

    De verdachte werd na twee dagen vrijgelaten.

  • vrijmakenB2отделяемый

    maakte vrij · hebben vrijgemaakt

    освобождать, выкраивать (время)

    Kun je volgende week een uur vrijmaken voor een gesprek?

  • de vrijstellingB2

    освобождение от предмета

    Met dit certificaat krijg je vrijstelling.

  • vrijwelB1

    практически, почти

    Vrijwel iedereen in de klas heeft een telefoon.

  • vrijwilligB1

    добровольный

    Zij helpt vrijwillig in de bibliotheek van de wijk.

  • de vrijwilligerA2

    волонтёр

    Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.

  • de vrijwilligersorganisatieB2

    волонтёрская организация

    De vrijwilligersorganisatie zoekt nieuwe leden.

  • het vrijwilligerswerkB1

    волонтёрская работа

    Zij doet vrijwilligerswerk in het buurthuis.

  • vroegA1

    рано

    Ik sta elke dag vroeg op.

  • vroegerA2

    раньше

    Vroeger woonde ik in een dorp.

  • de vroegopsporingB2

    раннее выявление

    Vroegopsporing verhoogt de overlevingskans.

  • vrolijkA2

    весёлый

    Zij is altijd vrolijk op haar werk.

  • de vrolijkheidB2

    весёлость

    De opmerking zorgde voor vrolijkheid.

  • de vrouwA1

    женщина

    De vrouw leest een boek.


    жена

    Mijn vrouw werkt bij de gemeente.

  • vrouwelijkB1

    женский

    Steeds meer vrouwelijke studenten kiezen voor techniek.

  • de vruchtB1

    плод

    De boom draagt elk jaar veel vruchten.

  • de vruchtbaarheidB2

    фертильность

    De vruchtbaarheid neemt af met de leeftijd.

  • vuilA2

    грязный, запачканный

    Mijn schoenen zijn vuil van de modder.

  • de vuistB2

    кулак

    Hij sloeg boos met zijn vuist op tafel.

  • de vulkaanB2

    вулкан

    De vulkaan is al eeuwen niet actief.

  • vullenA2

    vulde · hebben gevuld

    наполнять

    Kun je de fles even met water vullen?

  • de vullingB2

    пломба

    De vulling is er weer uitgevallen.

  • vurigB2

    пламенный, страстный

    Zij is een vurig voorstander van het plan.

  • het vuurA2

    огонь

    We zaten 's avonds bij het vuur in de tuin.

  • het vuurwerkB1

    фейерверк

    Met oud en nieuw kijken we naar het vuurwerk.