Словарь
7085 слов · страница 269 из 284
welkeA1
какой
Welke bus moet ik nemen?
welkomA1
добро пожаловать
Welkom bij ons thuis!
wellichtB1
возможно
Wellicht kunnen we een andere datum kiezen.
welsprekendB2
красноречивый
Zij is een welsprekend spreker.
de welvaartB1
благосостояние
Nederland kent een hoge welvaart.
het welvaartsniveauB2
уровень благосостояния
Het welvaartsniveau is hier hoog.
de welvaartsverdelingB2
распределение благосостояния
De welvaartsverdeling is een politiek strijdpunt.
welwillendB2
благожелательный
De directie stond welwillend tegenover het voorstel.
het welzijnB2
благополучие
Het welzijn van werknemers krijgt meer aandacht.
wennenA2
wende · zijn gewend
привыкать
Ik moet nog wennen aan het Nederlandse weer.
de wensA2
желание
Mijn grootste wens is een eigen huis.
wensenA2
wenste · hebben gewenst
желать
Wij wensen u veel beterschap.
de wereldA1
мир
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
het werelderfgoedB2
всемирное наследие
Dit gebied staat op de lijst van werelderfgoed.
de WereldgezondheidsorganisatieB2
Всемирная организация здравоохранения
De Wereldgezondheidsorganisatie adviseerde terughoudendheid.
de wereldoorlogB1
мировая война
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland bezet.
wereldwijdB2
всемирный; во всём мире
Het probleem van plastic is wereldwijd bekend.
werenB2
weerde · hebben geweerd
не допускать, запрещать въезд
De gemeente wil vervuilende auto's uit het centrum weren.
het werkA1
работа
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
de werk-privébalansB2
баланс работы и личной жизни
Zijn werk-privébalans is zoek.
de werkafspraakA2
рабочая договорённость
We maken hierover een werkafspraak.
het werkbriefjeA2
табель рабочего времени
Lever je werkbriefje op vrijdag in.
het werkcollegeB2
семинарское занятие
In het werkcollege oefen je in kleine groepen.
de werkdagA2
рабочий день
Het was een lange werkdag.
het werkdocumentB1
рабочий документ
Bewaar dit werkdocument goed.

