Словарь
7085 слов · страница 255 из 284
viesA1
грязный
Je schoenen zijn vies.
противный, невкусный (о вкусе, запахе)
Deze medicijnen smaken behoorlijk vies.
de vijandB1
враг
In de oorlog werd de brug door de vijand vernield.
vijfA1
пять
Het kost vijf euro.
vijfdeA1
пятый
Neem de vijfde straat links.
vijftienA1
пятнадцать
Mijn dochter wordt volgende week vijftien jaar.
vijftigA1
пятьдесят
Ik betaal met een briefje van vijftig.
de vijverB1
пруд
In de vijver in het park zwemmen eenden.
de villaB2
вилла
Aan het water staat een grote witte villa.
vindenA1неправильный
vond · vonden · hebben gevonden
находить; считать
Ik kan het niet vinden.
de vingerA1
палец
Ik heb mijn vinger gesneden.
de vioolB1
скрипка
Mijn dochter speelt al vijf jaar viool.
viraalB2
вирусный
Het filmpje ging viraal.
virtueelB2
виртуальный
Je kunt een virtuele rondleiding door het museum maken.
het virusA2
вирус
Het virus verspreidt zich via de lucht.
de visA1
рыба
Op vrijdag eten we vaak vis.
de visieB1
видение, взгляд
De gemeente heeft een duidelijke visie op de toekomst.
de visiteB2
гости, визит
We hebben zondag visite.
vissenB1
viste · hebben gevist
ловить рыбу, рыбачить
Op zaterdag gaat mijn opa graag vissen bij het kanaal.
de visserB2
рыбак
De vissers varen om vier uur uit.
visueelB2
визуальный
Hij leert het best met visuele hulpmiddelen.
het visumB1
виза
Mijn moeder heeft een visum nodig om ons te bezoeken.
de vitamineA2
витамин
In de winter slik ik extra vitamine D.
de vlaA1
ванильный десерт
Als toetje eten we vla.
de vlagA2
флаг
Op Koningsdag hangt overal de Nederlandse vlag.
de vlaggendagB2
официальный день флага
Op een officiële vlaggendag hangt de vlag uit.

