Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7085 слов · страница 251 из 284

  • de vertalingA2

    перевод

    De vertaling dekt de nuance niet.

  • vertegenwoordigenB2

    vertegenwoordigde · hebben vertegenwoordigd

    представлять (чьи-то интересы)

    Zij vertegenwoordigt de bewoners in de gesprekken met de gemeente.

  • de vertegenwoordigerB2

    представитель

    Een vertegenwoordiger van de vakbond sprak met de directie.

  • vertellenA1

    vertelde · hebben verteld

    рассказывать

    Vertel eens, hoe was je dag?

  • verticaalB2

    вертикальный

    Trek een verticale lijn in het midden van het blad.

  • vertonenB1

    vertoonde · hebben vertoond

    показывать (фильм); проявлять

    Het filmhuis vertoont vanavond een Iraanse film.

  • vertraagdB2

    задержанный, опаздывающий

    De trein is tien minuten vertraagd.

  • vertragenB2

    vertraagde · hebben vertraagd

    задерживать, замедлять

    Door het slechte weer worden de vluchten vertraagd.

  • de vertragingA2

    задержка

    De trein heeft tien minuten vertraging.

  • het vertrekB1

    отправление

    Het vertrek is om kwart over acht.

  • de vertrekhalA2

    зал вылета

    We spreken af in de vertrekhal.

  • vertrekkenA2неправильный

    vertrok · vertrokken · zijn vertrokken

    отправляться

    De trein vertrekt over vijf minuten.

  • de vertrektijdA2

    время отправления

    Wat is de vertrektijd van de trein?

  • vertrouwdB2

    привычный; доверенный

    Na een paar maanden voelde de stad al vertrouwd.

  • vertrouwenA1

    vertrouwde · hebben vertrouwd

    доверять

    Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.


    het vertrouwen

    доверие

    Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.

  • de vertrouwensbandB2

    доверительные отношения

    Er groeide een vertrouwensband tussen arts en patiënt.

  • de vertwijfelingB2

    смятение, отчаяние

    In vertwijfeling belde hij de hulplijn.

  • het vervalB1

    упадок, разрушение

    Het oude kasteel is in verval geraakt.

  • vervallenB1неправильный

    verviel · vervielen · zijn vervallen

    истекать (срок), утрачивать силу; приходить в упадок

    Je oude bankpas vervalt aan het eind van de maand.

  • vervangenA2неправильный

    verving · vervingen · hebben vervangen

    заменять

    De monteur moet de kapotte lamp vervangen.

  • de vervangerB2

    заместитель

    Tijdens mijn vakantie is mijn collega mijn vervanger.

  • de vervangingB2

    замена

    Tijdens haar verlof werkt er een vervanging.

  • zich vervelenA2возвратный

    verveelde · hebben verveeld

    скучать

    De kinderen vervelen zich in de vakantie.

  • vervelendB1

    неприятный, нудный

    Wat vervelend dat je ziek bent.

  • vervenA2

    verfde · hebben geverfd

    красить

    We gaan dit weekend de slaapkamer verven.