Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7085 слов · страница 242 из 284

  • verblekenB2

    verbleekte · zijn verbleekt

    бледнеть

    Hij verbleekte toen hij het hoorde.

  • het verblijfB1

    пребывание

    Het verblijf duurde drie weken.

  • het verblijfsdocumentB1

    документ о пребывании

    Neem je verblijfsdocument mee naar de afspraak.

  • de verblijfsvergunningA2

    вид на жительство

    Zijn verblijfsvergunning is met vijf jaar verlengd.

  • verblijvenB1неправильный

    verbleef · verbleven · hebben verbleven

    пребывать, проживать

    Tijdens de cursus verblijven de deelnemers in een hotel.

  • het verbodB1

    запрет

    In het park geldt een verbod op honden zonder lijn.

  • verbolgenB2

    возмущённый

    Hij reageerde verbolgen op de beschuldiging.

  • het verbondB1

    союз

    De landen sloten een verbond om elkaar te helpen.

  • de verbondenheidB2

    чувство связи, сопричастность

    Sport geeft veel mensen een gevoel van verbondenheid.

  • verbouwenB1

    verbouwde · hebben verbouwd

    перестраивать; выращивать

    Wij gaan de zolder verbouwen tot slaapkamer.

  • verbouwereerdB2

    ошарашенный

    Hij keek verbouwereerd om zich heen.

  • de verbouwingB2

    перестройка, ремонт

    Door de verbouwing kunnen we de keuken niet gebruiken.

  • verbrandenB1

    verbrandde · hebben/zijn verbrand

    сжигать; обжигать

    Ik heb mijn hand aan de hete pan verbrand.

  • verbrekenB2неправильный

    verbrak · verbraken · hebben verbroken

    прерывать, разрывать

    Tijdens het gesprek werd de verbinding plotseling verbroken.

  • verdachtB1

    подозрительный

    De politie zag een verdachte auto in de straat.

  • de verdachteB2

    подозреваемый

    De verdachte ontkent alles.

  • verdedigenB1

    verdedigde · hebben verdedigd

    защищать (в споре, суде)

    De advocaat verdedigt zijn klant in de rechtbank.

  • de verdedigingB1

    защита (в суде, спорте)

    De advocaat bereidt de verdediging voor.

  • de verdeeldheidB2

    разобщённость, разногласия

    Het onderwerp zorgt voor verdeeldheid in de politiek.

  • verdelenB1

    verdeelde · hebben verdeeld

    делить, распределять

    We verdelen de kosten van het etentje eerlijk.

  • de verdelingB2

    распределение

    De verdeling van de taken in huis is niet eerlijk.

  • verdenkenB1неправильный

    verdacht · verdachten · hebben verdacht

    подозревать

    De man wordt verdacht van diefstal.

  • verderA2

    дальше, далее

    Na de pauze gaan we verder met de les.

  • verderopA2

    дальше (по улице)

    De bakker zit een stukje verderop in de straat.

  • verdienenA1

    verdiende · hebben verdiend

    зарабатывать

    Hoeveel verdien je per uur?