Словарь
1053 слов · страница 24 из 43
de nootA1
орех
Ik ben allergisch voor noten.
нота
Bij deze noot moet je het pedaal indrukken.
novemberA1
ноябрь
November is een donkere maand.
het nummerA1
номер
Wat is het nummer van je huis?
de oceaanA2
океан
De oceaan neemt veel warmte op.
de ochtendA1
утро
In de ochtend drink ik koffie.
de oefeningA2
упражнение
Maak oefening drie op bladzijde tien.
de oefentoetsA2
пробный тест
Maak eerst een oefentoets.
oktoberA1
октябрь
In oktober vallen de bladeren.
de olieA2
масло (растительное)
Bak het in een beetje olie.
de olijfA1
олива, маслина
Wil je olijven bij de borrel?
de omaA1
бабушка
Mijn oma woont in een klein dorp.
de omgevingA2
окрестности, окружение
In de omgeving van ons huis zijn veel parken.
het onderhoudA2
обслуживание, уход
Het onderhoud van de tuin kost tijd.
de ondernemerA2
предприниматель
Als ondernemer draag je zelf het risico.
het onderwerpA2
тема
Dat is een moeilijk onderwerp.
het onderwijsA2
образование (система), обучение
In Nederland is het onderwijs voor kinderen gratis.
het onderzoekA1
обследование, исследование
Het onderzoek liet niets bijzonders zien.
het ongelukA2
несчастный случай
Het ongeluk gebeurde op de trap.
het ontbijtA2
завтрак
Ik sla het ontbijt nooit over.
het ontwerpA2
дизайн, проект
Het ontwerp won een prijs.
de ontwikkelingA1
развитие
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
de onzinA2
чепуха, ерунда
Wat hij zegt, is complete onzin.
het oogA1
глаз
Er zit iets in mijn oog.
de oogartsA2
офтальмолог
De huisarts stuurde mij naar de oogarts.
de oomA1
дядя
Mijn oom woont in Duitsland.

