Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7085 слов · страница 239 из 284

  • vanuitB1

    из, с (откуда)

    Ik werk drie dagen per week vanuit huis.

  • vanwaarB1

    откуда; почему

    Vanwaar die haast? We hebben nog tijd genoeg.

  • vanwegeB1

    из-за

    Vanwege de storm rijden er geen treinen.

  • vanzelfB1

    само собой, сам

    De lamp gaat 's avonds vanzelf aan.

  • vanzelfsprekendB1

    само собой разумеющийся

    Het is vanzelfsprekend dat we je helpen.

  • de varenB1

    папоротник

    In de schaduw staan varens.


    плыть, идти (о судне)

    In de zomer varen we met de boot over het kanaal.

  • de variantB2

    вариант, разновидность

    Er bestaat ook een goedkopere variant van dit product.

  • de variatieB1

    разнообразие, вариация

    Zorg voor variatie in wat je elke dag eet.

  • variërenB2

    varieerde · hebben gevarieerd

    варьироваться

    De prijs van groente kan variëren per seizoen.

  • het varkenA2

    свинья

    Op deze boerderij lopen de varkens buiten.

  • vastA2

    наверняка

    Hij is vast al thuis, want het licht brandt.


    постоянный (контракт)

    Ik heb sinds januari een vast contract.

  • vastberadenB2

    решительный

    Zij was vastberaden om door te gaan.

  • de vastberadenheidB2

    решимость

    Met grote vastberadenheid zette zij door.

  • vaste lastenB2

    постоянные расходы

    De vaste lasten slokken de helft van het inkomen op.

  • het vastelandB2

    материк

    Vanaf het vasteland vertrekt elk uur een boot.

  • vasthoudenA2отделяемыйнеправильный

    hield vast · hielden vast · hebben vastgehouden

    держать(ся)

    Hou je goed vast in de bus.

  • vasthoudendB2

    настойчивый

    Dankzij haar vasthoudende houding kwam de zaak rond.

  • vastleggenB1отделяемый

    legde vast · hebben vastgelegd

    фиксировать, закреплять

    Wij leggen de afspraken schriftelijk vast.

  • het vastrechtB2

    фиксированная плата

    Naast het verbruik betaal je vastrecht.

  • vaststellenB1отделяемый

    stelde vast · hebben vastgesteld

    констатировать, устанавливать

    Wij stellen vast dat er niets is veranderd.

  • vastzittenB1отделяемыйнеправильный

    zat vast · zaten vast · hebben vastgezeten

    застрять

    We zitten al een uur vast in de file.

  • vechtenB1неправильный

    vocht · vochten · hebben gevochten

    драться, бороться

    De twee jongens vechten op het schoolplein.

  • veelA1

    много

    Er zijn veel mensen buiten.

  • veel succesB2

    удачи

    Veel succes met je examen morgen.

  • veelalB2

    в основном, часто

    Klanten betalen tegenwoordig veelal met hun telefoon.