Словарь
7809 слов · страница 230 из 313
spoelenB2
spoelde · hebben gespoeld
полоскать, смывать
Spoel de groente goed af onder de kraan.
de sponsorB2
спонсор
De sponsor betaalt de nieuwe shirts van het team.
sponsorenB2
sponsorde · hebben gesponsord
спонсировать
Een lokaal bedrijf sponsort de voetbalclub.
de sponsoringB2
спонсорство
De club leeft van sponsoring.
de sponsorloopB2
благотворительный забег
De school hield een sponsorloop.
spontaanB1
непосредственный, спонтанный
Zij is een vrolijk en spontaan meisje.
de spontaniteitB2
спонтанность
Zijn spontaniteit maakt hem geliefd.
het spoorA2
путь (ж/д); след
De trein naar Utrecht vertrekt van spoor vijf.
de spoorlijnB1
железнодорожная линия
De spoorlijn wordt volgend jaar vernieuwd.
sporenB2
spoorde · hebben gespoord
сходиться, совпадать; ездить поездом
Zijn verhaal spoort niet met wat de getuigen zeggen.
de sportA1
спорт
Welke sport doe jij?
het sportabonnementB1
абонемент в спортзал
Mijn sportabonnement loopt per maand.
de sportartsB2
спортивный врач
De sportarts bepaalt wanneer hij weer mag spelen.
sportenA2
sportte · hebben gesport
заниматься спортом
Ik sport twee keer per week in de sportschool.
het sportevenementB1
спортивное мероприятие
Het sportevenement trekt duizenden bezoekers.
de sporthalB2
спортивный зал (крытый)
Op dinsdag trainen we in de sporthal van de school.
sportiefB2
спортивный
Hij is heel sportief.
de sportkantineB1
буфет спортклуба
Na de wedstrijd zitten we in de sportkantine.
de sportmassageB2
спортивный массаж
Na de wedstrijd volgt een sportmassage.
de sportprestatieB2
спортивный результат
Zijn sportprestaties zijn indrukwekkend.
de sportschoolB1
спортзал
Ik ga drie keer per week naar de sportschool.
de sportuitrustingB1
спортивная экипировка
Neem je eigen sportuitrusting mee.
het sportveldB1
спортплощадка
Achter de school ligt een sportveld.
de sportverenigingB2
спортивное общество
Bijna elk dorp heeft een sportvereniging.
de spotB1
насмешка
Hij dreef de spot met zijn eigen fouten.

