Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7809 слов · страница 225 из 313

  • slijtenB1неправильный

    sleet · sleten · zijn gesleten

    изнашиваться; проходить (о боли)

    De zolen van mijn schoenen zijn snel gesleten.

  • slikkenB1

    slikte · hebben geslikt

    сглатывать

    Zij slikte even voordat ze antwoordde.

  • slimA2

    умный, сообразительный

    Dat is een slim idee, zo besparen we tijd.

  • slingerenB2

    slingerde · hebben geslingerd

    валяться; раскачиваться

    Overal in huis slingeren speelgoed en kleren.

  • de sloganB2

    слоган

    Iedereen kent die slogan.

  • de slokB2

    глоток

    Mag ik een slok van je water?

  • de slootB1

    канава

    Langs het weiland loopt een sloot.

  • slopenB1

    sloopte · hebben gesloopt

    сносить (здание)

    De oude flat wordt volgend jaar gesloopt.

  • slordigB1

    неряшливый, небрежный

    Het rapport was slordig geschreven.

  • het slotB1

    замок (на двери)

    Doe de deur altijd op slot als je weggaat.


    в заключение (tot slot)

    Tot slot wil ik iedereen bedanken voor zijn komst.

  • de slotfaseB2

    заключительная фаза

    In de slotfase van de wedstrijd viel het winnende doelpunt.

  • sluipenB2неправильный

    sloop · slopen · hebben/zijn geslopen

    красться

    De kat sloop langzaam naar de vogel.

  • de sluisB2

    шлюз

    Het schip wacht voor de sluis.

  • sluitenA1неправильный

    sloot · sloten · hebben gesloten

    закрывать

    De deur sluit automatisch.

  • de sluitingB2

    закрытие

    Door de sluiting van de fabriek verliezen honderd mensen hun baan.

  • de smaakA2

    вкус

    De smaak is een beetje zoet.

  • de smaakzinB2

    вкусовое восприятие

    De smaakzin verandert met de leeftijd.

  • smakenA2

    smaakte · hebben gesmaakt

    быть на вкус

    De soep smaakt heerlijk, mag ik nog een bord?

  • smalA2

    узкий

    De straat is te smal voor grote auto's.

  • de smartphoneB2

    смартфон

    Vrijwel iedereen heeft een smartphone.

  • smekenB2

    smeekte · hebben gesmeekt

    умолять

    De kinderen smeekten om nog een ijsje.

  • smeltenB2неправильный

    smolt · smolten · hebben/zijn gesmolten

    таять, плавить

    In de zon smolt het ijs heel snel.

  • het smeltpuntB2

    температура плавления

    IJzer heeft een hoog smeltpunt.

  • smerenB2

    smeerde · hebben gesmeerd

    намазывать; смазывать

    Ik smeer elke ochtend twee boterhammen voor mijn werk.

  • smerigB2

    мерзкий, грязный

    Het toilet op het station was echt smerig.