Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7809 слов · страница 223 из 313

  • de setB2

    сет; набор; съёмочная площадка

    De tennisster won de eerste set heel gemakkelijk.

  • de sfeerB1

    атмосфера, настроение

    Op het feest was een gezellige sfeer.

  • het shirtA1

    рубашка, футболка

    Hij draagt een wit shirt.

  • de showA2

    шоу, представление

    De show begint om acht uur in het theater.

  • het sieraadB2

    украшение

    Zij draagt bijna nooit sieraden naar haar werk.

  • de sigaarB2

    сигара

    Na het eten rookte mijn opa graag een sigaar.

  • de sigaretA2

    сигарета

    Hij rookt nog maar twee sigaretten per dag.

  • het signaalB1

    сигнал

    Hoofdpijn kan een signaal zijn van te weinig slaap.

  • het signaalwoordB2

    слово-сигнал

    'Daarentegen' is een signaalwoord voor tegenstelling.

  • signalerenB1

    signaleerde · hebben gesignaleerd

    отмечать, выявлять; сигнализировать

    De huisarts signaleerde het probleem op tijd.

  • significantB2

    значимый

    Het verschil is statistisch significant.

  • de simkaartB2

    SIM-карта

    De simkaart past niet in dit toestel.

  • simpelA2

    простой (несложный)

    Het recept is heel simpel, je hebt maar drie dingen nodig.

  • simpelwegB2

    просто

    Er is simpelweg te weinig geld voor dit plan.

  • de sinaasappelA1

    апельсин

    Ik pers elke ochtend een sinaasappel.

  • sindsA1

    с (какого-то времени)

    Ik woon hier sinds 2022.

  • sindsdienB1

    с тех пор

    Hij is in 2020 verhuisd en sindsdien woont hij in Breda.

  • de singleB2

    сингл; одинокий человек

    Het nieuwe nummer is ook als single uitgebracht.

  • SinterklaasB2

    праздник Синтерклааса

    Sinterklaas is vooral een kinderfeest.

  • sissenB2

    siste · hebben gesist

    шипеть

    De slang siste toen ik dichterbij kwam.

  • de situatieA2

    ситуация

    Leg de situatie even uit.

  • de sjaalB2

    шарф

    Doe een warme sjaal om, het vriest buiten.

  • de slaA1

    салат (листовой)

    Er ligt sla in de koelkast.

  • de slaafB1

    раб

    Een slaaf had vroeger geen enkele vrijheid of rechten.

  • slaanB1неправильный

    sloeg · sloegen · hebben geslagen

    бить, ударять

    Je mag een kind nooit slaan.