Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

796 слов · страница 21 из 32

  • de pastaA1

    макароны

    Vanavond maak ik pasta.

  • de patatA1

    картофель фри

    Op vrijdag eten we patat.

  • de peerA1

    груша

    Deze peer is heel zoet.

  • de penA1

    ручка

    Heb je een pen voor me?

  • de peperA1

    перец

    Doe er wat peper op.

  • de pijnA1

    боль

    Heb je veel pijn?

  • de pindakaasA1

    арахисовая паста

    Pindakaas is populair in Nederland.

  • de pizzaA1

    пицца

    Vanavond bestellen we pizza.

  • de plaatsA1

    место

    Is deze plaats vrij?

  • het plafondA1

    потолок

    Het plafond is net geverfd.

  • het planA1

    план

    Wat is het plan voor morgen?

  • de plantA1

    растение

    Vergeet de planten niet water te geven.

  • het pleinA1

    площадь

    Op het plein is elke week markt.

  • poetsenA1

    poetste · hebben gepoetst

    чистить

    Poets je tanden twee keer per dag.

  • de politieA1

    полиция

    Na het ongeluk belde ik meteen de politie.

  • politiekA1

    политика; политический

    In de politiek gaat het vaak om compromissen.

  • de polsA1

    запястье

    Ik heb mijn pols verstuikt.


    пульс

    De verpleegkundige voelt eerst je pols.

  • de portemonneeA1

    кошелёк

    Mijn portemonnee zit in mijn tas.

  • de postzegelA1

    марка

    Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.

  • pratenA1

    praatte · hebben gepraat

    разговаривать

    We praten straks verder.

  • preciesA1

    точно, именно

    De trein vertrekt precies om acht uur.

  • de preiA1

    лук-порей

    Doe wat prei in de soep.

  • de prijsA1

    цена

    De prijs staat op het etiket.


    приз, награда

    Zij heeft de eerste prijs gewonnen met haar verhaal.

  • proberenA1

    probeerde · hebben geprobeerd

    пробовать

    Wil je dit even proberen?

  • het probleemA1

    проблема

    We hebben een klein probleem.