Словарь
1768 слов · страница 21 из 71
het geweldB1
насилие
Geweld tegen hulpverleners wordt streng bestraft.
het gewichtB1
вес
Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.
de gewoonteA2
привычка
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
de gezelligheidB1
уют, приятная атмосфера
Ik kom vooral voor de gezelligheid.
het gezelschapB1
компания, общество
Hij houdt van gezelschap.
het gezelschapsspelB1
настольная игра
's Avonds doen we een gezelschapsspel.
het gezichtA1
лицо
Was je gezicht met koud water.
het gezinA1
семья (домохозяйство)
Ons gezin bestaat uit vier personen.
de gezondheidB1
здоровье
Zorg goed voor je gezondheid.
het gezondheidscentrumB1
медицинский центр
In het gezondheidscentrum zitten meerdere huisartsen.
de gezondheidscheckB1
проверка здоровья, чекап
Mijn werkgever betaalt een jaarlijkse gezondheidscheck.
de gezondheidsklachtB1
жалоба на здоровье
Meld gezondheidsklachten altijd bij je huisarts.
de gezondheidstoestandA2
состояние здоровья
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.
de gezondheidsvoorlichtingB1
просвещение по здоровью
Scholen geven gezondheidsvoorlichting.
het gipsA2
гипс
Zijn arm zit zes weken in het gips.
het glasA1
стакан
Mag ik een glas water?
стекло
De deur van de keuken is van hout en glas.
de goedenavondA1
добрый вечер
Goedenavond, komt u binnen.
de goedendagA1
добрый день
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
de gootsteenA1
раковина
De vuile borden staan in de gootsteen.
het gordijnA2
штора
Doe de gordijnen even dicht.
het goudA2
золото
Haar ring is van echt goud.
het gramA2
грамм
Ik heb 500 gram kaas gekocht.
de grammaticaA2
грамматика
De grammatica vind ik het moeilijkst.
de grapA2
шутка
Die grap viel verkeerd.
het grasB1
трава
Het gras moet gemaaid worden.

