Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

5480 слов · страница 202 из 220

  • de vrijdagA1

    пятница

    Vrijdag werk ik thuis.

  • de vrijetijdsbestedingB1

    проведение досуга

    Sport is zijn favoriete vrijetijdsbesteding.

  • de vrijheidA2

    свобода

    Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.

  • de vrijstellingB2

    освобождение от предмета

    Met dit certificaat krijg je vrijstelling.

  • vrijwelB2

    практически, почти

    Vrijwel iedereen in de klas heeft een telefoon.

  • de vrijwilligerA2

    волонтёр

    Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.

  • de vrijwilligersorganisatieB2

    волонтёрская организация

    De vrijwilligersorganisatie zoekt nieuwe leden.

  • het vrijwilligerswerkB1

    волонтёрская работа

    Zij doet vrijwilligerswerk in het buurthuis.

  • vroegA1

    рано

    Ik sta elke dag vroeg op.

  • vroegerA2

    раньше

    Vroeger woonde ik in een dorp.

  • de vroegopsporingB2

    раннее выявление

    Vroegopsporing verhoogt de overlevingskans.

  • vrolijkA2

    весёлый

    Zij is altijd vrolijk op haar werk.

  • de vrolijkheidB2

    весёлость

    De opmerking zorgde voor vrolijkheid.

  • de vrouwA1

    женщина

    De vrouw leest een boek.


    жена

    Mijn vrouw werkt bij de gemeente.

  • vrouwelijkB1

    женский

    Steeds meer vrouwelijke studenten kiezen voor techniek.

  • de vruchtbaarheidB2

    фертильность

    De vruchtbaarheid neemt af met de leeftijd.

  • de vulkaanB2

    вулкан

    De vulkaan is al eeuwen niet actief.

  • vullenA2

    vulde · hebben gevuld

    наполнять

    Kun je de fles even met water vullen?

  • de vullingB2

    пломба

    De vulling is er weer uitgevallen.

  • het vuurA2

    огонь

    We zaten 's avonds bij het vuur in de tuin.

  • waaienA2

    waaide · hebben gewaaid

    дуть (о ветре)

    Het waait vandaag zo hard dat ik niet ga fietsen.

  • waarA1

    где

    Waar woon je?

  • waardB1

    стоящий (стоит)

    Dit oude schilderij is veel geld waard.

  • de waardeA2

    стоимость, ценность

    De waarde van het huis is gestegen.

  • waarderenB2

    waardeerde · hebben gewaardeerd

    ценить

    Ik waardeer je eerlijkheid.