Словарь
2767 слов · страница 20 из 111
deelnemenB1отделяемыйнеправильный
nam deel · namen deel · hebben deelgenomen
участвовать
Iedereen kan aan de cursus deelnemen.
de deelnemerB1
участник
Elke deelnemer krijgt na de cursus een certificaat.
de deeltijdB1
неполный рабочий день
Ze werkt in deeltijd, drie dagen per week.
het dekbedA1
одеяло
In de winter gebruik ik een dik dekbed.
delegerenB1
delegeerde · hebben gedelegeerd
делегировать
Een goede leidinggevende kan delegeren.
delenA1
deelde · hebben gedeeld
делить(ся)
We delen de kosten samen.
de democratieA2
демократия
In een democratie telt elke stem.
denkenA1неправильный
dacht · dachten · hebben gedacht
думать
Ik denk dat het goed komt.
derdeA1
третий
Hij werd derde in de wedstrijd.
dertigA1
тридцать
Ik ben dertig jaar oud.
de deskundigheidB1
компетентность, экспертиза
Voor dit werk is veel deskundigheid nodig.
het detailB1
деталь
Hij vertelde het verhaal tot in elk detail.
de deurA1
дверь
Doe je de deur even dicht?
de deurmatA2
коврик у двери
Veeg je voeten op de deurmat.
dezelfdeA2
тот же самый
Wij hebben dezelfde leraar als vorig jaar.
de dialoogB1
диалог
Oefen de dialoog met een medecursist.
dichtA1
закрытый
Op zondag zijn de winkels dicht.
dichtbijA1
близко
De school is heel dichtbij.
het dieetA2
диета
Hij volgt een streng dieet.
de dienstB1
служба, услуга; смена
Zij heeft vandaag dienst in het ziekenhuis.
de dienstregelingA2
расписание движения
De dienstregeling verandert in december.
het dienstverbandA2
трудоустройство
Zij heeft een vast dienstverband.
de dienstverleningB1
оказание услуг
Onze dienstverlening moet klantvriendelijker.
diepA2
глубокий
Het water is hier te diep om te staan.
het dierA1
животное
In het park zie je veel dieren.

