Словарь
1053 слов · страница 20 из 43
het lesroosterA2
расписание занятий
Het lesrooster hangt bij de ingang.
het lesuurA2
учебный час
Een lesuur duurt vijftig minuten.
de letterA1
буква
Schrijf je naam met grote letters.
levenA1
leefde · hebben geleefd
жить
Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.
het leven
жизнь
Het leven hier is heel anders.
de leveringA2
доставка
De levering duurt drie werkdagen.
de levertijdA2
срок доставки
De levertijd is drie werkdagen.
het lichaamA1
тело
Beweging is goed voor je lichaam.
het lichtA1
свет
Doe het licht even aan.
лёгкий; светлый
Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.
het lidA2
член (организации)
Ik ben vorig jaar lid geworden van de bibliotheek.
het liedA2
песня
De kinderen zingen een lied voor hun juf.
de liefdeA2
любовь
Hij schreef een brief vol liefde aan zijn vrouw.
de liftA2
лифт
De lift is kapot.
de lijnA2
линия; маршрут (автобуса)
Neem lijn vier richting het station.
de lijstA2
список
Zet het op de lijst.
de limonadeA1
лимонад
De kinderen krijgen limonade.
de linkA2
ссылка
Ik stuur je straks de link naar de website.
de lipA1
губа
Mijn lippen zijn droog van de kou.
de literA2
литр
We hebben een liter melk nodig.
het loketA2
окно приёма, стойка
Meld u bij loket drie.
de longA1
лёгкое
Roken is slecht voor je longen.
het loonA2
заработная плата
Het loon wordt per week uitbetaald.
de luchtA2
воздух; небо
Na de regen is de lucht weer blauw.
de luchthavenA2
аэропорт
Schiphol is de grootste luchthaven van Nederland.
de luciferA1
спичка
Heb je een lucifer?
de lunchA1
обед
De lunch is om half een.

